Prioriteiten stellen: moet ik dit nu doen?

Intussen is het ruim 4 weken geleden dat je (ongevraagd en vooral ongewild) gepromoveerd werd tot fulltime mama, telewerker, leerkracht, poetshulp,… Maar al deze rollen combineren, dat is toch onmogelijk. Om het ietwat haalbaar te houden zal je moeten kiezen wat je wel doet en wat niet (meer). Je zal dus prioriteiten moeten stellen. Maar hoe doe je dat?

De vraag die jou hierbij kan helpen is “Moet ik dit nu doen?”
Als je een taak of vraag krijgt, of wanneer je jezelf iets oplegt, stel jezelf dan vijf keer deze vraag. Leg de klemtoon telkens op een ander woord.

  1. MOET ik dit nu doen?
    We leggen onszelf enorm veel verplichtingen op, we zijn best streng voor onszelf. Maar moeten al deze dingen ook echt?

    Een voorbeeld: je moet een lange werkmail uitsturen en vind dat je deze nog moet nalezen op typfouten. Moet dat? In een normale situatie zou ik ja zeggen. Maar nu je tijd zo kostbaar is moet het echt niet vind ik. Voeg desnoods de komende weken volgend zinnetje toe aan je e-mailhandtekening: “Sorry voor eventuele typfouten of rare zinsconstructies. Er hangen 2 jengelende kinderen aan mijn lijf”. Begrip verzekerd, want hé, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje!

  2. Moet IK dit nu doen?
    Uiteraard zijn er heel wat dingen die echt moeten gebeuren. Maar is het aan jou om dit te doen? Misschien kan iemand anders dit wel doen

    Een voorbeeld: vanavond moet er weer eten op tafel staan. Maar moet jij (weer) koken? Tuurlijk niet. Wissel af met je partner, laat eens iets leveren aan huis (onder het motto: steun de lokale handelaars) en met diepvrieseten is er ook niks mis (extra voordeel: bijna alle kinderen zijn fan van fishsticks).

  3. Moet ik DIT nu doen?
    Dit gaat over de manier waarop je de taak uitvoert. Moet het op deze manier? Of is een andere manier misschien beter/sneller?

    Een voorbeeld: je kinderen willen graag schilderen. Maar dat wordt altijd zo’n smosboeltje (ik spreek uit ervaring – ik heb ook zo’n schilderfan hier in huis): schort, kleren, tafel, handjes, haren,… allemaal vol verf. Veel opkuiswerk en dus weer een hap uit jouw kostbare tijd. Nu de zon schijnt kan je ook kiezen voor een andere manier: laat je kinderen met een penseel en water buiten op het terras schilderen. Werkt hier prima! Minder opkuiswerk, en zo win je toch weer wat tijd.

  4. Moet ik dit NU doen?
    Wanneer onze collega’s of onze kinderen ons iets vragen, hebben we soms het gevoel dat we alles moeten laten vallen om hier direct op te reageren. Maar hoe dringend is het echt? Een peuter die nogal dwingend ‘pipi doen!’ roept, ja dat is dringend. Maar andere dingen kunnen heus wel even wachten.

    Een voorbeeld: je collega vraagt je om iets na te lezen. Dit kan zeker wel even wachten. En kijk ook eens terug naar puntje 2: is dit iets wat JIJ echt moet doen? Misschien kan iemand anders dit ook wel…

  5. Moet ik dit nu DOEN?
    Moet je effectief iets doen? Word er actie van jou verwacht? Een goed voorbeeld wat dit betreft zijn al die mails waar je in cc staat, deze zijn meestal gewoon informatief voor jou.

    Een voorbeeld: mijn dochter is er zo eentje die graag alles samen doet (inclusief mee naar het toilet gaan – lucky me…). Dus ik krijg 100 keer per dag de vraag (lees: het bevel) om mee te spelen. Daarnet nog: ze was aan het puzzelen en ik moest meedoen. Maar ik ken ze intussen goed genoeg: ze wil gewoon dat ik dicht bij haar ben. Dus eigenlijk moet ik niets doen, maar gewoon naast haar gaan zitten. Dus pakte ik mijn laptop en ging ik naast haar aan tafel zitten. Dochter blij en ik kon toch een beetje verder werken (even voor de duidelijkheid, dit trucje werkt zeker niet altijd…).

Hopelijk helpt deze oefening jou om af toe toch wat gemakkelijker prioriteiten te stellen!

Oh, en sorry voor eventuele typfouten of rare zinsconstructies. Er hangen 2 jengelende kinderen aan mijn lijf ;-).