Slaap kindje slaap verdomme

  • door Mamabaas

Lotte Debrouwere (38) begon er in haar eentje aan, aan het ouderschap. En daarvoor deed ze beroep op een Deense spermadonor. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Nieuwsblad, over haar leven als solomama met haar vikingdochter. En ondertussen werden haar columns ook gebundeld in een boek: Slaap kindje slaap verdomme. Een (h)eerlijke bloemlezing over de mooie en minder mooie momenten van het ouderschap.
Hier krijg je alvast een voorsmaakje…

Feest

Mijn zus en ik zitten samen op het toilet. Nu ja, mijn zus staat rechtop, ik zit. Ik heb net op zo’n zwangerschapsstick geplast. Inmiddels een routineklus. Ik plas even gericht als Messi zijn plaatsballetjes trapt. En dan gaat het traag. Als je wacht, heeft de tijd nooit haast. Ondertussen kijkt mijn zus naar de beertjes op het ‘super-de-luxe comfort toiletpapier’ en staar ik naar het plafond, dat eruitziet alsof het elk moment op mijn kop zal vallen. We verwachten weer één miezerig streepje, geen twee. En als we dat ene streepje zien dat daar moederziel alleen blijft staan, zullen we weer zuchten, de koelkast opentrekken en een fles wijn uithalen. Om te vieren dat ik weer mag drinken. Je moet wat om deze maandelijkse treurnis aan te kunnen. Maar nu zien we twee streepjes. De twee beruchte streepjes. Mijn zus krijgt tranen in de ogen. De beertjes op het toiletpapier ook. En ik zit daar wat schaapachtig te zitten. Zo, ik word dus moeder. Echt? Mijn zus en ik blijven nog even zitten. Nu ja, zij staat rechtop. En ik zit. De tijd is gestopt met tikken. Het is feest in mijn buik.

De koe

‘Hey hey, hoho. Ja, liefje, ik zit hier op café. Ja, het is gezellig. Heel gezellig. En jij?’ Dat vraagt mijn nieuwe lief ietwat beschonken. ‘Ik zit thuis in mijn zetel en mijn dochter slaapt’, grom ik. ‘Ik heb net twee kapotte kerstballen bijeengeveegd en de Duploblokken opgeruimd. En ik vind een puzzelstukje niet, de koe meer bepaald. Het paard, de kikker en het konijn zijn gevonden, maar de koe, die is zoek. Heb jij soms de koe gezien?’ Ik hoor het mezelf vragen. Wat ben ik toch een boeiende vrouw geworden, sinds het moederschap. Nee, mijn lief heeft de koe niet gezien en moet nu echt wel ophangen, want er staat weer een pintje voor zijn neus. Dan maar de grove middelen. Laarzen aan, dweil en trekker in de aanslag en het hele huis poetsen. Alles ondersteboven keren, op zoek naar de heilige koe. Anderhalf uur heeft dat geduurd. Maar geen koe gevonden. Mijn prinses Donderwolk zal morgen naar de koe vragen en ik zal moeten zeggen dat die gaan lopen is. Ik ga nog even naar haar kijken, terwijl ze ligt te slapen. Ze heeft weer oorlog met haar lakens gevoerd. En dan zie ik het. Plots zo. Naast haar linkerhandje. Het puzzelstukje. Mijn dochter heeft zelf die koe bij de horens gevat. Ik had het moeten weten.

Ze slaapt

Ze slaapt. Ik geloof mijn oren niet. Ik geloof alle oren van de wereld niet. Het kind slaapt. En ze slaapt door, de hele nacht. Zo tien uur aan een stuk. Een jaar heeft dat nu geduurd. Nachtelijke huilbuien tot de buren bijna hun pantoffel over de haag gooiden. Of hun hele schoenenkast. Tot ik zelf ei zo na het behang van de muur had opgevreten uit pure wanhoop. Maar goed, ze slaapt. Straks ga ik het nog missen. Herhaaldelijk kijken naar de herhaling van het journaal. De nachtelijke gesprekken op Feestboek met andere wakkere burgers. Warme chocomelk drinken tot je maag ervan ontploft. En ijsberen. Urenlang ijsberen. Ik ben de kampioen van het ijsberen. Van haar kamer naar mijn kamer en terug. En af en toe – och rock-’n-roll – naar de badkamer. Dus aan alle moeders en vaders met niet-slapende kinderen: het komt goed. Het. Komt. Goed. Ooit. En nu ga ik zelf slapen. Tien uur. Een jaar lang. Wil iemand het licht uitdoen in de gang?

Meisje in mijn hart

Er woont een meisje in mijn hart. Ze woont er nog niet zo lang. Nochtans is ze twee en een half jaar. Dus zou je denken dat ze al minstens twee en een half jaar in mijn hart woont. Dat is niet zo. Ja, soms klopte ze aan en toonde ze me alle hoeken van de  kamers van mijn hart. En soms klopte ze doodleuk niet aan. Veegde ze niet eens haar voeten en stormde ze gewoon mijn hart binnen. En soms. Ja, hoe zeg je dat? Soms was ze er niet. Was ze op reis of zat ze op het bankje in de voortuin van mijn hart. Maar er echt wonen, nee, dat niet. Ze logeerde er. Misschien omdat ze veel huilde. Misschien omdat ze te lang in een gek heupharnasje zat, wat veel van me vergde. En misschien omdat ik er vaak in mijn eentje voor stond. Maar zie nu, wat ze deed. Dat meisje. Stapje voor stapje kwam ze binnen en begon ze er toch te wonen. Eerst voorzichtig en dan helemaal. Van hoofd tot schouders. Knie en teen. Mijn meisje woont voor altijd in mijn hart. Ze gaat nooit meer op reis en het bankje in de voortuin is weg.

Cover boek

Slaap kindje slaap verdomme werd uitgegeven door uitgeverij Lannoo en is te koop in de boekhandel en online, onder meer in de webshop van Lannoo.