Soms zijn het kleine losgeslagen holbewonertjes (but I still love them to bits)

Meestal bereiken mijn kinderen wel het niveau van beschaafdheid. Ik kan gerust met hen naar de winkel gaan, zonder het pand half afgebrand en door-kleuters-getraumatiseerde mensen achter te laten. Ik kan echt wel met hen buitenkomen. Want, meestal weten ze te presteren buitenshuis. Hebben ze manieren. Luisteren ze. De apenstreken houden ze voor in onze huiselijke jungle.

Goed, vandaag was dus NIET zo een dag. Laat dit de dag zijn dat beide kinderen beslisten van hun eigen definitie van opstandigheid uit te beelden. Laat dit de dag zijn dat ik al een aperitief uitschonk om 14 uur (wijnvoorraad: check!)  om even te bekomen…

We schrijven een doodgewone zaterdag waarbij het gezin Coppens een bezoekje besluit te brengen aan een winkelcentrum. Aangezien mijn kids doorgaans geen wilde apenjongen zijn, leek me dit een goed idee. Leek. Worst idea ever, bleek een beetje later. De bonje begon sneller dan verwacht.

De jongste vond het leuk om alle schoenen (oh jawel, ALLE schoenen) uit de rekken te halen om haar minivoetje erin te laten passen. Cute, bij de eerste schoen (en ze heeft smaak!), maar na de tiende is de lol eraf. Vervolgens de kassierster af en toe een bezoek te brengen, laatstgenoemde haar telefoon bij de draad van de toonbank te rukken, mutsen en sjaals even vliegles te geven (ja hoor, ze gaan al ver voor hun eerste les) en de roltrap zelfstandig te verkennen (hartinfarct-alarm!). De oudste had zo haar eigen plannetje. Zij weet intussen wel dat ze nergens mag aankomen, die regel volgde ze strikt, maar ze had duidelijk tegenspraak en tegendraadsheid in haar handtasje meegenomen. Mental note: the purse has got to go!

Resultaat: tegen de tijd dat de frietjes op tafel verschenen (I know, to-taal niet healthy maar ik was ten einde raad, so give me credit. Het was zowat het enige redmiddel), waren de kids grumpy en ik in desperate need of some coffee.

Soms lijkt het… Wacht, laat me opnieuw beginnen. Soms is het alsof mijn woorden alleen maar een trigger zijn om het omgekeerde te doen. Hier een paar duidelijke voorbeelden van wat ik zeg en wat de kinderen verstaan (nota: niet alle voorbeelden gebeurden op deze zaterdag, oef!):

  • Ik: We raken niets aan in de winkel - Kids: laten we alles aanraken, omgooien, op een totaal andere plaats zetten en als het kan even in de mond stoppen
  • Ik: Blijf nu eens bij mama - Kids: Jeej! Tijd om elk een kant op te gaan want mamalief kan toch maar 1 kind tegelijk achterna.
  • Ik: Stop nu eens 5 minuten met te vragen achter een koekje - Kids na 1 minuut: Mogen we écht geen koekje? - Ik: zucht
  • Ik: Tijd om te gaan slapen - Kids: Misschien moeten we als een bende wolven op het bed springen, elkaar eraf duwen en rondrennen zonder enige reden. We gaan ook nog eens beseffen in ons bed dat we een halve marathon gelopen hebben in de woestijn, dus we hebben een vreselijke dorst en onverklaarbare pijn. Sommige belangrijke vragen als: ‘hou je evenveel van mij als van mijn zus?’ (oh my god, hoe komt het kind erop?!) worden dan plots héél belangrijk.
  • Ik: Nee, je mag je zus niet slaan - Kids: Omdat moeder het specificeert tot 1 bepaalde handeling, zullen we elkaar maar eens bijten
  • Ik: Eet eens deftig, alstublieft… - Kids: Misschien moeten we eens alles ontrafelen, uitspuwen, terug opeten en als we genoeg hebben, smijten we gewoon de hele boel op de grond
  • Ik: kunnen jullie eens 5 min stil zijn? - Kids na 1 min: Mamaaaaaaa… Mamaaaaaaa….

Het lijstje kan nog wel even doorgaan. Dan spreek ik mezelf echter tegen dat mijn beide dochters meestal wel fijne mensen zijn. Zijn ze ook (love them to bits!). 

Maar soms zijn het kleine losgeslagen holbewonertjes (but I still love them to bits).