Veel te vroeg bevallen door placenta previa

  • door Gastmama

Augustus. “Schatje, ik ben overtijd, ik denk dat we zwanger zijn...” We halen snel een test in de winkel. Eens thuis snel naar het toilet. Wachten … we zijn stil, de seconden duren uren. We kijken samen: HOERA! Zwanger, 2 à 3 weken!  De tranen vloeien van geluk. Zou het een meisje of een jongetje zijn? Maakt niet uit, als de baby maar gezond is!

Na 8 weken gaan we op controle. De gynaecoloog bevestigt dat ik zwanger ben, en dat ik ben uitgerekend halverwege april. “Proficiat!”

Tranen van geluk

Op 12 weken volgt de NIP-test. Dagen lijken weken te duren. 'Ping', mailtje. Daar is het resultaat. Oh jee, wat is het geslacht? Is de baby gezond? Mijn vriend zit op zijn werk, ik zit op mijn werk. We kunnen niet wachten en klikken tegelijkertijd.  'Een zoontje en gezond.’ De tranen van geluk stromen langs mijn wangen.

We krijgen een zoon, een viergeslacht voor mijn vriend zijn kant. Intens geluk, een zoon. Hoe zullen we ons zoontje noemen? We zijn het snel eens met elkaar, oef...

Angst slaat toe

16 weken zwanger. Ik ga naar het toilet, een beetje bloedverlies. Angst slaat toe ‘Zullen we hem kwijt zijn? Dit kan toch niet?!’

Mijn vriend belt naar de materniteit. We moeten op controle. Wachten wachten wachten … tot de gynaecoloog er is. Die stelt eerst vragen, veel vragen... Maar ik wil gewoon weten of alles oké is met de baby, en snel!

Eindelijk mag ik plaatsnemen op de onderzoek tafel, tijd voor een echo. De gynaecoloog kijkt en zet het geluid aan: 'boenk boenk' De baby is oké en gezond. Tranen van geluk komen er vlotjes uit...

Een scheurtje, daardoor kwam de bloeding. Een weekje rusten zal voldoende zijn, oef!

Niet weer …

22 weken zwanger. Opnieuw een bloeding. Oh nee, niet weer...

Snel terug naar het ziekenhuis, opnieuw een echo, opnieuw hetzelfde. Drie dagen opname in het ziekenhuis tot de bloeding gestopt is, daarna mag ik naar huis. Gelukkig is de bloeding van 'korte duur'.

Er wordt mij een maand platte rust voorgeschreven. Pfff, stil zitten is moeilijk, maar alles voor de baby!

Kleine schopjes en lichte hikjes zijn voelbaar, zalig geniet ik van elk gevoel. Mijn buikje groeit, ik pronk, ben trots.

Zalig, een klein wondertje in mijn buik! ik zal je zo liefhebben. Nee, ik heb je nu al lief! Rusten dus...

Op 24 weken ga ik opnieuw op controle. Oei, mijn bloeddruk staat te hoog, maar gelukkig is alles oké met de baby. Verder rusten dus...

Paniek

26 weken ondertussen. We zitten rustig in de zetel. Mijn slipje voelt nat aan, ik ga naar het toilet. NEE … weer bloed, veel nu!

“SCHAT, kom onmiddellijk!” “Wat nu weer, een spin?”

Hij komt binnen, tranen rollen over mijn wangen … “Schat, het is veel bloed. Ik ben bang, echt bang!”

Op naar het ziekenhuis, alweer... Uit een echo blijkt dat ik een placenta previa he: de placenta ligt onderaan, waardoor ik een bloeding heb. Ik moet worden opgenomen in het ziekenhuis tot aan de bevalling.  Ik moet meteen aan de monitor en heb verschrikkelijke pijn en harde buiken om de vijf minuten. Oei, dit is niet goed...

Ik krijg direct een spuitje voor longrijping toegediend en moet aan de monitor blijven liggen. “We moeten je overbrengen naar een ander ziekenhuis dat gespecialiseerd is in prematuren”. He? Prematuren? “Je hebt een grote kans op vroeggeboorte”. Maar ik ben nog maar 26 weken? Dit kan toch niet? Alsjeblieft, laat dit geen waar zijn...

Platte rust

Enkele minuten later komen er twee mannen binnen om mij mee te nemen naar een ander ziekenhuis. Eenmaal daar aangekomen worden er nog ruim 2 uur onderzoeken gedaan. Het is een 'stabiel' kindje dat enorm goed beweegt, een echt ‘wrikkelgat’.

Ik moet blijven en krijg platte rust voorgeschreven. Enkel naar het toilet mag nog. Om de 12 uur krijg ik 4x een prikje longrijping. Oei, dit is geen pretje..

Elke ochtend zie ik een gynaecoloog. Ik word goed opgevolgd: wekelijks krijg ik een echo en elke dag 3x monitor.

Het valt me zwaar

27 weken en een half. Terug een bloeding. Gelukkig is alles oké met de baby, maar ik krijg volledige platte rust, inclusief bedpan en me wassen in bed. Dit valt me zwaar. Ik moet mijn lichaam volledig overgeven aan een 'vreemde'. Ik huil vaak … tot mijn bezoek er is, want dan hou ik mij sterk. Mijn vriend blijft slapen in het weekend, dat doet deugd, niet alleen zijn...

Verder loopt het goed. Binnen 10 dagen word ik 30. Dan mag ik even naar huis als ik geen bloedingen heb... Ik kijk er naar uit: ik regel een taart en kaasplank, nodig familie uit. Het is bijna zover: overmorgen word ik 30 en mag ik even naar huis, naar de honden die ik zo mis.

Dit kan toch niet waar zijn?

Dan opeens, tijdens mijn slaap, voel ik terug bloed in mijn slipje lopen. Ik huil en huil en huil. Dit kan toch niet waar zijn? Ik druk op de bel en ze komen eraan gelopen. Terug aan de monitor, oef, gelukkig geen te harde buiken.

De gynaecoloog komt en onderzoekt me. Alle is oké, maar ik moet blijven, ook voor mijn 30ste verjaardag. Snik… Maar alles voor mijn baby. 30 is ook maar een getal...

De dag waarop ik 30 word. Mijn vriend komt aangelopen met 30 rozen en met versiering, hapjes, taart,... Hij doet zo zijn best om mij te doen stralen en het lukt hem aardig.

‘s Middags heb ik veel bloedklonters, verschrikkelijk. Telkens weer die angst, nu zal het gedaan zijn... Het wordt terug rusten, dagen rusten, tot de 13de...

De pijn is moordend

‘s Avonds krijg ik hevige pijn. Ik word aan de monitor gelegd, en heb harde buiken kort na elkaar, om de 5 minuten. De gynaecoloog komt me halen voor een echo. De baarmoederhals is niet verkort, dat is goed. Ik moet doorbijten, want ik heb pijn..

De pijn blijft. Gelukkig blijft mijn vriend slapen. Ik heb hem nodig, de pijn is moordend… Ik moet aan de monitor blijven. Het is ondertussen middernacht en ik heb nu harde buiken om de drie minuten. De gynaecoloog komt opnieuw voor een echo. Mijn baarmoederhals is hetzelfde gebleven, oef...

3u ’s nachts, opnieuw een echo. Gelukkig is de situatie hetzelfde gebleven.

6u ’s morgens. De pijn is over en ik heb geen harde buiken meer, oef... We hangen een blaadje aan de deur met 'niet storen, ik haal wat slaap in', want dat hebben we nodig. Mijn vriend en ik zijn versleten.

Het is zo ver

We vallen in slaap. Rust, en geen pijn. Dezelfde dag 17u, opnieuw een bloeding.  ik druk op de bel, ze komen kijken en verwittigen de gynaecoloog. De assistent komt binnen terwijl mijn bloeding blijft lopen, de gynaecoloog wordt opgebeld.

“Ja we gaan hem er moeten uithalen, het is zo ver.”

“Excuseer? Ik ben 30 weken, dit is te vroeg?!”

“We kunnen niet meer wachten, hij moet eruit!”

“Maar als mijn kindje geen pijn voelt of er iets van ondervindt, laat hem dan zitten aub. Dat ik afzie kan geen kwaad, ik wil afzien voor mijn kindje maar hij moet nog groeien. Alsjeblieft…”

“Sorry, het moet nu gebeuren!”

Ze gaan de kamer uit. Mijn vriend en ik huilen. Hoe kan mijn lichaam mij zo in de steek laten? Ik wil dit niet, ik kan dit niet. Ik ben bang, laat dit aub niet waar zijn…

Naar het verloskwartier

Enkele minuten later komen ze binnen. Siroopje van dit slikken, pilletje van dat slikken, schort aandoen, en hup weg met het bed naar het verloskwartier. Mijn vriend verlies ik uit het oog. ik word voorbereid voor de epidurale, het gaat razendsnel. Ik voel niets meer.

Mijn vriend komt naast me zitten en troost me. Ik ben bang. Gaat ons kindje dit overleven?

Enkele minuten later is ons kindje eruit. Ik zie snel een glimp van hem terwijl hij direct wordt meegenomen. In de verte hoor ik gehuil. “Is dat ons kindje?” “Ja!” Geen baby op mijn buik. Geen navelstreng die door de papa doorgeknipt mag worden.

Ik word dicht 'gemaakt' en ze komen ons de naam vragen van ons kindje. Daarna word ik even weggebracht met mijn vriend. Een kwartier later mogen we enkele minuten naar ons kindje. Ze rijden me tot naast zijn couveuse.

Er staan zeker 8 mensen bij onze zoon. Onze zoon, zo klein, vol buisjes, maskertje, al die machines, alarmpjes... Hij is slechts 37,5 cm groot en weegt 1kg450 “Hij heeft een goede start gehad, nu moeten we verdere onderzoeken doen,” zeggen ze ons, dus moeten we weg.

We worden naar de kamer gebracht. “Ze komen je halen om naar je zoon te gaan binnen een uurtje.” Een uur worden er 2, 2 worden er 3. Ondertussen hebben we al 3 x gebeld om te vragen. Eindelijk komen ze ons halen, we mogen naar ons kindje.

Mijn hart breekt

We rijden de gang in, richting afdeling neonatologie. Eens we binnen komen horen we duizend en één alarmpjes, er zijn zeker 15 verplegers en ongeveer 25 kindjes, allemaal prematuur. Ik schrik ervan. Op het einde ligt ons kindje, 'box 8'.

Ik word er naast gereden met mijn bed. Ik kan mij niet goed bewegen door mijn keizersnede, maar toch forceer ik me, want ik wil mijn kindje zien. Daar ligt hij dan, ongelofelijk, mijn hart breekt… Het spijt mij zo hard dat ik/mijn lichaam je in de steek heb gelaten…

Al die buisjes, beademing, maskertje, verbandjes, … ik zie amper mijn kindje. Verschrikkelijk, hij vecht zo voor zijn leven. Ik mag mijn hand voorzichtig op hem leggen. Zo fragiel, mijn hand is bijna even groot als hijzelf.

Waarom hij? Waarom? Er gaat een alarmpje af. Oei wat is dat? Gelukkig blijkt het niets te zijn. We gaan terug naar de kamer, ik geef borstvoeding dus moet ik 'kolven'. Het lukt gelukkig, want moedermelk is zo belangrijk voor een prematuur. Op de eerste dag krijgt hij maar 1cc.  Verschrikkelijk, zo weing. Alles krijgt hij via sonde.

Zo fragiel

De volgende dag gaan we terug. Hij is blauw aan zijn handje, neusje, beentje. Hij is zo fragiel, ik wou dat ik dit van  hem kon overnemen. De volgende dag gaat alles goed met hem. We mogen kangoeroeën. Ze leggen hem op mij, ik durf hem amper vast te houden. Al die buisjes… Heeft hij pijn als ik mijn hand op hem leg? Nee, het contact met ouders is blijkbaar net  heel goed voor een prematuur. Dit gevoel is onbeschrijflijk, wat zie ik je graag kleine man!

Tien dagen later wordt hij overgebracht naar een ander ziekenhuis omdat hij het zo goed doet. Dichter bij huis. Daar aangekomen is het veel kleiner, er liggen 4 kindjes voorlopig. Hij wordt zo goed opgevolgd. Elke ochtend, middag en avond zit ik bij hem, ik kan hem niet achterlaten. Ook al is hij in goeie handen, ik kan het niet.

Eindelijk naar huis

Zes weken later mag hij naar huis, na een bloedtransfusie doordat zijn rode bloedcellen te laag stonden. Eindelijk.. We zijn in de wolken.

We krijgen een streng regime mee: geen familiefeesten, opletten met zieke mensen, geen lange ritten met de auto, niet van arm naar arm geven, voldoende rust,... Hij moet nog terug voor een slaaponderzoek en moet maandelijks bloed afnemen en op controle,...

Het doet pijn dat we ons kindje niet zomaar in de armen van onze familie kunnen geven, dat we hen dat moeten ‘ontnemen’. We hebben een baby’tje, maar kunnen anderen niet laten meegenieten door zijn streng regime. Hij is nog zo kwetsbaar, en ik ben zo beschermend tegenover heb, ben zo bang dat er nog iets verkeerd zou kunnen gaan.

Eén iets is duidelijk: we hebben beiden een hels parcours afgelegd, maar wat onze grote jongen doorstaan heeft … Hij geeft gevochten om wie hij nu is. Het is een droombaby, hij is ons alles. Wij zijn zo dankbaar voor alles. Voor de familie en zeker mijn vriend een grote dank je voor alle steun, woorden schieten te kort hiervoor. En onze superzoon blijft vechten...
 

Lizy