Hoe kan je, als buitenstaander, het best reageren bij een prematuurtje?

Dat het een keizersnede zou worden, dat wisten we. En dat was ook geen enkel probleem. Maar doordat ikzelf zwangerschapsdiabetes had, een veel te hoge bloeddruk en omdat er complicaties waren, was het noodzakelijk dat Berre vroeger op de wereld zou komen. Maar ook dat leek op het eerste gezicht geen enkel probleem. Hij zat mooi op gewicht. Dus wat kon er misgaan? Het was zeker geen risicoleeftijd. Bovendien had ik al eens een keizersnede meegemaakt. Dus ik wist perfect wat ik kon verwachten. Of toch niet … Ik was niet voorbereid op een baby’tje in de couveuse. En nog minder op de reacties van mijn omgeving.

Snel een foto en … baby weg!

Na de operatie moet je altijd even op de recovery-afdeling blijven. Maar, in tegenstelling tot de eerste bevalling, had ik geen verschrikkelijke hoofdpijn en wou ik maar één ding doen: dat kleintje in mijn armen houden. Ik weet nog goed dat de verpleegsters mijn bedje voortrolden en in de lift zeiden “Berre maakt een raar geluid, maar het zal wel niets zijn. We doen gewoon strakjes een controlecheck en dan komt hij terug naar jou.”

Eindelijk dat langverwachte moment. Dat lieve kereltje knuffelen … Ik had hem amper 5 minuutjes vast, toen er een paar verpleegsters binnenkwamen. Ze vroegen of ik nog snel een foto kon maken, want die onderzoeken konden niet wachten. Ze moesten zeker zijn dat er niets ernstigs aan de hand was. Wat was dat schrikken! 

Het was letterlijk zo:

Foto. Klik. Baby weg.

Toch ernstiger dan verwacht

Ik dacht “dat het wel niets zou zijn”, maar de gynaecoloog kwam kort daarna meedelen dat er toch meer aan de hand was en dat verder onderzoek noodzakelijk was. Hoewel Berre meer dan 4 kg woog, waren zijn longen niet ver genoeg ontwikkeld. Een paar uren later kwam de gynaecoloog zelfs in paniek binnen. Berre bleek een klaplong te hebben gehad. Elke minuut telde. En we moesten op het ergste voorbereid zijn. Desnoods moest hij naar UZ Gent overgebracht worden.

We hoorden dat het allemaal heel toevallig was gegaan. Een verpleegster passeerde aan zijn bedje en zag dat er iets mis was. Gelukkig kon ze op tijd de nodige mensen alarmeren. Wat als zij op dat moment niet was gepasseerd?

Berre

Eenzame dagen

Uren gingen voorbij. Dagen. Berre moest aan de zuurstof. Dan weer 25%. Dan weer 50%. Dan 75%, omdat het alsmaar slechter ging. Hoewel hij op neonatologie lag, noemden ze hem “het reusje van de afdeling”. Want in tegenstelling tot de andere fragiele, kleine baby’tjes, was hij een stevige beer. Alleen was dat uiterlijke schijn.

Ik worstelde met heel wat tegenstrijdige gevoelens. Mensen feliciteerden me wel op social media, maar het was toch anders. Tegelijk moest ik vrienden, kennissen en collega’s op de hoogte brengen dat het niet zo goed ging met Berre. Zijn leven hing aan een zijden draadje. Dat zei de gynaecoloog ook letterlijk. We moesten dag per dag nemen.

Geen bezoek, geen kaartjes, geen knuffels

Wat een prachtige week in de kliniek moest worden, werd een week in een koude, kille, witte kamer. Geen schattig baby’tje naast mij. Geen ruikers bloemen op de vensterbank. Geen kaartjes. Geen knuffels. Geen ballonnen.

Niemand durfde langs te komen. Niemand wist hoe hij moest reageren. Niemand durfde ons te feliciteren. De naaste familie kwam wel, maar het was awkward. En vooral kwetsend. Want hey, ik had wel een lief wezentje op de wereld gezet. En 29 augustus was wel een speciale dag, hoor! Berre had, na die moeilijke zwangerschap, zijn uiterste best gedaan om ter wereld te komen.

Broertje aan het raampje

We mochten maar één per één binnen op neonatologie. Kindjes mochten er niet binnen. Daarom moest Robbe op een afstand naar zijn broertje kijken. Aan het raampje. Hij begreep het allemaal niet zo goed. “Waarom mag ik niet naar mijn broertje? We hebben zolang naar hem uitgekeken?

Gelukkig is me niet alleen dat zielige beeld bijgebleven.

Van broertje aan het raam.

Van die lege kamer.

Ik herinner me vooral ook de enthousiaste kinderarts die binnen kwam gelopen en zijn vuist hoog in de lucht hield.

We hebben het gehaald! We hebben het gehaald! Berre heeft gevochten als een beer. Het heeft niet veel gescheeld. Zijn leven heeft aan een zijden draadje gehangen, maar hij is erdoor. Als alles goed gaat, mag hij volgende week naar huis”.

Maar nog altijd heb ik het gevoel dat ik die week nog moet inhalen. Met dat baby’tje naast mij. In een kamer vol ballonnen, kaartjes en bloemen. Nog altijd heb ik het gevoel dat ik dat moment nog tegoed heb.

Zaterdag 17 november is het wereldprematurendag. Ik vond die week op neonatologie en alle ervaringen erbij al verschrikkelijk. Maar mijn hart gaat uit naar al die moeders en vaders die maanden op die afdeling doorbrengen. En die zich afvragen waar het bezoek en de steun blijft. Omdat ze op dat moment niet beseffen dat buitenstaanders niet weten hoe ze moeten reageren bij een prematuurtje.

Daarom vraag ik je het volgende.

Onthoud 3 dingen:

  1. Breng dat bezoekje wél. Ook ouders van prematuurtjes hebben je hartverwarmende woorden nodig.
  2. Breng die knuffels of ballonnen wél. Ook fragiele baby’tjes hebben ze verdiend. En ze fleuren de kamer op.
  3. Schrijf dat kaartje wél. Je woorden zullen meer dan ooit troost bieden en een hart onder de riem steken.