Waarom ik het niet over mijn hart kan krijgen kinderkunst weg te gooien

Ik heb nooit echt iets gehad met kunst. Of toch niet met moderne kunst. Strepen en vlekken in alle kleuren (of net niet) op een doek. Meer haalde ik er niet uit. Ik begreep al helemaal niet dat mensen er een boodschap, gevoelens of statement in zagen of er zelfs emotioneel van werden. Ik denk dat ik de enige niet ben die al eens de uitspraak deed: “Dit kan het kleinste kind ook”. Tot ik zelf kinderen kreeg…

Een kelder vol

Onlangs was ik in gesprek met een andere mama over de kunstwerkjes van onze kinderen. Haar dochtertje gaat naar de onthaalmoeder en brengt nu en dan eens een creatief werkje mee. “Ik hou al haar kunstwerkjes bij”, vertelde ze me. “Maar als ze eenmaal naar school zal gaan, lukt dat toch niet meer?”

Toen moest ik eerlijk bekennen dat ik van mijn drie kinderen nog nooit iets heb weggegooid. Ik hou alle tekeningen, knutselwerkjes, losse blaadjes, kroontjes, gedichtjes… bij. Mijn oudste zoon is nu 8 jaar en dus hou ik al 8 jaar alles bij. Dat zijn tot nu toe ongeveer vier bananendozen van hem alleen… En ik heb drie kinderen! Dat zullen in de toekomst heel veel bananendozen zijn.

Geen man cave, wel kunstgalerij

Mijn vriend zal zijn droom aan de kant moeten schuiven – die man cave in onze kelder zal er wegens plaatsgebrek hoogstwaarschijnlijk nooit komen. Geen toog, pooltafel of koelkast vol bier voor de vrienden. Wel dozen vol krabbels, ondefinieerbare figuren in boetseerklei, kopvoeters, verfhandjes en kaasdoosjes met rijst. Al die dingen die voor mij vroeger geen betekenis hadden, kan ik nu niet loslaten.

Krabbels en andere kunstwerkjes

In die krabbels zie ik nu de creativiteit en ongeduldigheid van mijn jongste dochter. Rode, groene of gele krabbels die ze zet met haar handje geklemd rond een potlood, tong uit de mond. Verwonderd over het feit dat die kleur nu net uit dat potlood komt. Of de kunstwerkjes die ze samen met de onthaalmoeder maakt voor Valentijn, Halloween of Moederdag: geverfde vingertjes op blaadjes papier die dan een hartje of een pompoen vormen.

Bij elk feest smelt ik een beetje meer, omdat ik weet dat ze voor altijd mijn jongste zal blijven en binnenkort geen peuter meer zal zijn. Dat haar handen groter zullen worden en hoogstwaarschijnlijk niet meer vol verf zullen hangen. Dat ze dan wel andere dingen te doen zal hebben…

Kopvoeters

En dan heb je de kopvoeters. Overal in en rond het huis vind ik ze. Ook op plaatsen waar ik het niet zo leuk vind. Dan weet ik dat mijn jongste zoon zich aan het uitleven is. Hoe hij stilletjesaan weet dat we allemaal een hoofd, armen en benen hebben. Dat we aan elke hand vijf vingers hebben en dat het haar (in zijn leefwereld) altijd rechtop staat.

Dan zie ik hoe zijn wereld eruitziet op een wit blaadje papier of in stoepkrijt op ons terras. Huisjes, winkeltjes, auto’s, wegen, stoplichten, kindjes… al die dingen vormen samen zijn verhaal. Hij tekent ZIJN school met ZIJN speelplaats, ZIJN huis met raampjes met ZIJN bedje erin, ZIJN straat met mama’s auto of opa’s tractor, kortom, ZIJN mooie kleine, ideale wereld in enkele lijntjes, vormen en kleuren.

Ontroerende tekeningen

Of hoe de krabbels van mijn oudste zoon cijfers en letters werden, en zijn kopvoeters uitgroeiden tot mensen met krullend haar, een bril en schoenen. In elke tekening, knutselwerkje of huistaak zie ik hoe hij ontwikkelt. Hoe hij van een verlegen peuter in een grote, sociale en superlieve jongen van 8 is veranderd. Hoe hij soms moest vechten om alles onder de knie te krijgen.

Blaadje per blaadje, streepje per streepje en met veel doorzettingsvermogen wordt hij groot. Hoe hij met een potlood in de hand zijn gedachten, dromen of zorgen wil delen. Zoals toen ik zwanger was van zijn zusje. Toen kreeg ik een tekening waarop ik stond met een baby in mijn buik en veel hartjes eromheen. “Mama, dat ben jij met de baby in de buik en veel hartjes omdat je lief bent.” Zelfs zonder een overvloed aan zwangerschapshormonen zou ik toen een traantje weggepinkt hebben. Een mooiere tekening voor in haar babykamer konden we niet dromen.

Opruimen, stapelen of opslaan?

En zo komt het dus dat ik alles bewaar. Op elke kamer staat een doos en in de kelder al een hele stapel. Misschien moet ik daar toch maar eens mee stoppen. Ik las een tijd geleden iets over declutter december in een mooie blog. Ik was direct mee. Orde scheppen in je huis en in je hoofd. Dus begon ik met de kleerkasten van de kinderen, hun speelgoed en de koelkast. En toen kwam ik bij de kunst...

Ik realiseerde me dat alles bewaren inderdaad niet meer kon met drie opgroeiende kinderen. Maar wat moest ik er dan mee? Nu las ik ergens een tip om die kunstwerkjes digitaal te bewaren: overal een foto van nemen en opslaan op een USB-stick of in the cloud.

Ik heb er enkele dagen over getwijfeld, tot ik tot de constatatie kwam dat ik er waarschijnlijk maanden mee bezig zou zijn. Mijmerend, emotioneel, alles in me opnemend. Doos per doos. En dan moest ik nog de perfecte foto nemen ook. Eentje die echt weergaf wat het voor mij betekende. 

Lang leve de bananendozen!

Dus: geen tijd meer om te wassen, te strijken en eten te maken. Het huishouden een puinhoop. En dat terwijl ik net probeerde orde te scheppen! Of zou ik toch beter albums maken met die foto’s (wegens verloren USB-sticks of vergeten wachtwoorden, ik ken mezelf) waarmee ik dan weer dozen vul. Eerst kleine dozen, dan weer bananendozen.

Neen, ondertussen weet ik dat voor mij bananendozen op elkaar ook orde zijn. En die man cave zal hij wel niet echt nodig hebben, zeker? Die pintjes kan hij toch ook in de keukenkoelkast zetten? Ja, die pooltafel dat wordt moeilijk, maar dan moeten ze maar een kaartje leggen aan de keukentafel… met een pintje in de hand.