Waarom opvoeden zo moeilijk is: leer jezelf kennen als mama

Als ouder zit je soms aan het einde van je Latijn. Door vermoeidheid, door woede-uitbarstingen, door het voortdurende testen van grenzen, en waarom-willen-ze-nu-weer-niet-luisteren?! Kortom, opvoeden kan best zwaar zijn. Maar waarom is dat? Experte Barbara licht een tipje van de sluier op.

Herkenbaar?

Stel je de volgende situatie voor: 

Je kind lust niet alles. Soms geeft hij/zij aan dat hij/zij genoeg gegeten heeft.  En dan begint het: 

  • Jij vindt dat je kind van alles eens moet proeven en zich zeker niet moet forceren om alles op te eten.
  • Je partner is van oordeel dat kinderen wel eten als ze honger hebben en dat je je daar niet druk hoeft over te maken.
  • Op school is het de gewoonte dat kinderen opeten wat ze op hun bord scheppen.
  • Je (schoon)mama vindt dat eten niet mag verspild worden en dat kinderen moeten eten wat de pot schaft. Je hoeft er met andere woorden niet te veel eieren onder te leggen.

 

Geen handleiding of opleiding

Elk kind wordt geboren zonder handleiding en voor het ene kind ligt de opvoedingsaanpak meer voor de hand dan voor het ander kind. Jij hebt, als mama, ook geen specifieke 'mamaopleiding' gevolgd. Elke mama stelt haar eigen manier van opvoeden weleens in vraag en voelt zich soms onzeker in de beslissingen die ze moet nemen. Maar als je raad vraagt aan anderen, sluit wat ze zeggen niet altijd aan op jouw opvoedingsvisie of -stijl. En algauw moet je vaststellen: er zijn evenveel visies als er mensen zijn... 

Automatisch gaan we op zoek naar wetmatigheden en standaardnormen, maar juist daardoor kunnen de discussies hoog oplaaien, want er bestaat geen norm in hoe we 'juist' opvoeden. Hoe we naar opvoeding kijken en hoe we erover denken is beïnvloed door een aantal factoren: onze eigen opvoeding, de maatschappelijke opinie, onze partners in opvoeding en onze eigen persoonlijkheid.

Factoren die ons beïnvloeden

  •  Onze eigen opvoeding heeft ongetwijfeld een invloed op hoe we als mama zijn. Ofwel vind je bepaalde opvoedingsprincipes van je ouders heel waardevol en wil je ze graag meenemen in de opvoeding van je kinderen, ofwel weet je dat je het zeker nooit op die manier zal aanpakken. Hoe je het ook draait of keert, de opvoeding die je hebt gehad speelt een rol in hoe je met je kind(eren) omgaat.
     
  •  We worden via allerlei kanalen overspoeld door goedbedoelde adviezen over opvoeding, zowel op sociale media als in kranten, tijdschriften, radio en televisie, wat maakt dat het niet altijd gemakkelijk is door de bomen het bos te zien.
     
  • Opvoeden doen we ook niet alleen. Er is de andere ouder van je kind, maar er zijn ook de grootouders, familieleden, belangrijke vrienden, de opvangouder, de verzorgende in de crèche, de leerkrachten op school. Ieder van hen heeft, al dan niet vanuit een professioneel oogpunt, een kijk op opvoeding. Dat je met zoveel het beste voorhebt voor de opvoeding van je kind kan als een verrijking worden ervaren, maar het kan ook een bron zijn van veel frustraties; iedereen legt zijn eigen accenten en heeft kritiek op die van een ander.

Opvoedingsconflict

Wat begint als een kleine ergernis mondt soms al snel uit in een conflict. Goed om weten is dat een conflict wijst op een betrokkenheid bij het kind. Jullie hebben dan als het ware iets gemeenschappelijks: jullie willen allebei het beste voor het kind, alleen zijn jullie het er niet over eens wat het beste is.

Ofwel laat je dit van je afglijden en denk je er stilletjes het jouwe van, ofwel laaien de discussies hoog op en zit je al héél snel op je paard.

Maar hoe komt het dat de mening of het gedrag van de ander jou zo boos maakt, terwijl iemand anders daar in de verste verte niet van wakker lijkt te liggen?

Het antwoord schuilt in jouw eigen kwaliteiten en de daarbij horende valkuilen, allergieën en uitdagingen als opvoedpartner. 

  • Je hebt als mama kwaliteiten, eigenschappen waarin je sterk bent, maar evengoed valkuilen; het is dan een beetje te veel van het goede. Je denkt dat je het goed doet, maar eigenlijk is dat niet altijd het geval.
     
  • Je allergieën zijn dan weer dingen die je zelf als ouder nooit zou doen en waarvan je bijgevolg niet kan begrijpen als een vriendin/collega/kennis dat wel doet. Je uitdagingen vloeien voort uit je allergieën; het zijn eigenschappen waar je zelf totaal niet over beschikt, maar die niet noodzakelijk slecht zijn om zelf af en toe toe te passen. Een voorbeeld: jij bent een overwegend zorgend type en je hebt het lastig met mama's die het wat losser aanpakken. 
  • We hebben ook de neiging om, in discussies over tegenstrijdige opvoedingsstrategieën, onze kwaliteit uit te vergroten waardoor beide partijen in hun valkuil trappen. Een heel menselijke reactie, maar niet een die een oplossing gemakkelijker en bereikbaarder maakt. Dit bewustwordingsproces kan op zich ervoor zorgen dat beide partijen wat milderen en begrip kunnen opbrengen voor het verschil in kwaliteiten.

Een voorwaarde om met de partners-in-opvoeding te discuteren is dat de norm die gesteld wordt door de ander een sociaal aanvaardbare norm is. Wat niet aanvaardbaar is, zijn allerlei vormen van straffen die indruisen tegen de rechten van het kind. Verder is het ook van groot belang dat partners-in-opvoeding handelen in functie van de opvoeding van een kind en niet uit machtsoverwegingen of uit eigenbelang

Indien je twijfelt, hou dan steeds voor ogen dat jij als mama expert bent in je kind. Jij kent je kind het best. Voel je intuïtief aan dat iets niet klopt, dan is het goed naar deze intuïtie te luisteren. Laat je niet van de kaart brengen door andere opvoedingspartners of opvoedingsquotes. Ga na of een partner handelt uit eigenbelang of het belang van het kind voor ogen houdt. Door jouw emotionele betrokkenheid op je kind, ben jij uiteindelijk het meest verbonden met je kind. Heel belangrijk is ook te weten dat zolang je je vragen stelt, je goed bezig bent. Dit betekent uiteindelijk dat je het beste wil voor je kind!

Voorbeeld 1: je bent van het ‘zorgende’ type

Je hebt een belangrijke meeting voor het werk. Je moet op tijd vertrekken en je laat de zorg voor de kinderen aan je partner over. Bij thuiskomst merk je dat de kinderen niet de kledij aan hebben die jij hebt klaargelegd de dag voordien. Je dochter is naar school geweest met een truitje en collant zonder rokje. Je zoon heeft zijn T-shirt omgekeerd aan en heeft zijn sandalen aangedaan terwijl het ’s morgens toch nog koud is. 

Jouw sterke punt is dat je heel erg zorgend bent. Dat is best oké. Maar soms kun je ook te veel van die kwaliteit bezitten en dan wordt dat meteen ook je valkuil: ‘zorgend’ wordt dan ‘bemoederend’.

Aan elke valkuil hangt een uitdaging vast, in jouw geval is dat ‘loslaten’. Als zorgende mama moet je leren loslaten en ook eens de controle uit handen durven geven.

Aan elke uitdaging hangt dan weer een allergie vast: dat is een valkuil van iemand anders (een andere mama bijvoorbeeld) die haaks staat op de kwaliteit die jij hebt. Zo kan jij als zorgende mama een allergie hebben aan iemand die veel vrijheid geeft aan zijn kinderen, aan iemand die speels met hen omgaat en aan iemand die een laisser-faire-opvoeding hanteert.

Daarnaast kan het ook zijn dat je je ergert aan die persoon omdat die net de kwaliteit heeft die voor jou een uitdaging is. Concreet kan dat bijvoorbeeld je partner zijn. Hij laat de kinderen bijvoorbeeld veel meer los en kan hen stimuleren om zelfstandig te zijn. Discussies met je partner-in-opvoeding kunnen heel vaak herleid worden tot deze tegenstrijdigheid in kwaliteiten.

Wanneer je de zaak vanuit dit oogpunt bekijkt kan dit het geheel wat relativeren. Je kan als mama niet alle kwaliteiten hebben. Je hebt sowieso ook altijd uitdagingen. Misschien is die uitdaging wel een kwaliteit van jouw partner in opvoeding en betekent dit een verrijking voor de opvoeding van jouw kinderen. Zo heeft het mogen zelf kiezen van kledij en deze ook zelf aandoen ook wel een impact op het zelfwaardegevoel van je kind (ik kan het zelf!). Het voorbeeld gegeven komt recht uit de realiteit. Geen enkele kleuterjuf heeft ooit opgemerkt dat het meisje haar rolkje niet aan had. De jongen had geen blauwe tenen van de kou toen hij thuiskwam. 

Voorbeeld 2: de avonturierster

Je wil met het gezin (jij en je kinderen van 5 en 7 jaar oud) een rondreis maken in Peru. Je mama maakt daar opmerkingen over. Ze vindt dat de kinderen nog veel te klein zijn om zo’n grote reis te ondernemen. Ze vindt bovendien dat je niet kan voorzien wat er allemaal kan gebeuren en dat dit een groot risico inhoudt. Jullie hebben daarover een grote discussie.

In dit geval is jouw kwaliteit dat je avontuurlijk bent aangelegd. Misschien ben je daarin ook wel wat onbezonnen (je valkuil). Jouw uitdaging bestaat erin ook wel te plannen en rekening te houden met mogelijke problemen. Jouw mama is waarschijnlijk iemand die graag de zaken onder controle heeft, graag plant en voor alles een oplossing klaar heeft.

Dit staat haaks op hoe jij bent: je laat als avonturier graag de zaken gewoon op je pad komen. Misschien vind je ook wel dat door te veel te plannen je geen ruimte laat om onvoorziene, nieuwe dingen te ontdekken. Door haar planningsdrang kan de valkuil van je mama starheid zijn, wat jouw haren doet ten berge rijzen en voor jou een allergie is