Wat als het kaka in de broek is...

‘Kaka.’ Het kleine meisje kijkt vol verwachting naar haar papa die haar met grote ogen aankijkt. Zijn antwoord: ‘In de broek?’ Zij weer: ‘Ja.’

Eén verbouwereerde vader later...

Waarop hij zich omdraait en naar mij kijkt. Er flikkert een vreemd licht in zijn ogen. Een seconde later bevind ik me op mijn hurken om het kleine onderbroekje naar beneden te hijsen en er een paar kleine vers gebakken broodjes uit te vissen.

De dag nadien: het scenario herhaalt zich. Dit keer in de wachtzaal van de huisarts. Ik sta in de gang, wachtend op kind 1 dat pipi doet, terwijl kindje 2 naar mij kijkt en zegt: ‘Kaka.’ ‘Hedaan.’

De dag daarna: papa gaat met het kindje naar de supermarkt. Waar een ballenbad staat. Of zoals ingewijden het noemen: ‘balleba’. Een feest, wat zeg ik, een pretpark voor het kindje in kwestie; ze kan er maar NIET genoeg van krijgen. Een uurtje later komen de winkelgangers weer thuis, de oudste met een gelaten blik in zijn ogen. ‘Nu weet ik ook wat het is om een kind met kaka in de broek uit het ballenba te halen.’

 

Een kleine puppy in huis

Ik weet het, het zijn geen manieren, maar het is wat het is: we hebben ineens een kleine puppy in huis. Zo eentje die nog niet helemaal goed weet wat de bedoeling is en overal eens een plasje doet. O ja, en dat andere ook. Ze zegt alleen nog geen ‘waf’, maar misschien komt dat nog.

Het komt goed, zoveel is zeker. Zolang ze de gordijnen of kussens niet aan flarden bijt en zolang het goedje compact blijft is voor mij alles nog oké. Dan kan ik alles aan.

Samen met tante Dreft.

En véél vochtige doekjes.