Wat als: je 11-jarige zoon last heeft van de prepuberteit?

Het afgelopen weekend kon niet meer stuk. Maar dat was buiten mijn 11-jarige zoon gerekend...

‘Ik voelde de papa’s denken…’

Het afgelopen weekend kon niet meer stuk. Tenminste, op papier.

Het hele weekend zat boordevol leuke plannen met vrienden: op zaterdag zou ik samenkomen met een paar ouders van klasgenootjes van de kinderen, op zondag had ik afgesproken met oude vrienden van me. Iedereen keek er naar uit behalve… Thomas. Die vond het al saai nog voor we in de auto stapten...

Op zaterdag viel het nog mee; dan heeft hij nog aan alle activiteiten deelgenomen ondanks zijn grotendeels onophoudelijke gezeur dat hij naar huis wou.
‘Wannéér gaan we naar huis?’
‘Ik. Wil. Nu. Naar. Huis.’ Maar dat gezeur is wellicht nog herkenbaar voor de meeste ouders.

Op zondag was het al veel minder. We waren met alle ouders en een hele groep kinderen van alle leeftijden, inclusief de leeftijd van Thomas, naar een toffe locatie met volksspelen getrokken. Maar in plaats van met de andere kinderen te spelen (die hij nochtans kent), hing hij voortdurend rond mij, omdat hij de spelletjes – in tegenstelling tot ALLE andere kids – maar saai vond. Uiteindelijk is hij, uit pure armoede, toch gaan spelen, maar zijn gedrag en uitspraken deden regelmatig de wenkbrauwen van vooral de aanwezige papa’s fronsen. En dan voel je gewoon dat ze denken: ‘Die heeft dringend de harde hand van een vader nodig…’