Wat als je op reis gaat zonder het kleine mannetje?

Op een dag sta je daar dan, in een reisbureau. En hoor je jezelf stoer verkondigen dat je een reis wil boeken. Zonder dat kleine mannetje, ja.

It's gonna be awesome!

Heerlijk, zucht je nog, met een gelukzalige glimlach op je lippen. Nog eens met ons tweetjes, zoals vroeger, zeg je tegen je man, met een wegdromende mijmering. Even later is het definitief. Next destination: New York City, jawel. Je zal er weliswaar rondhuppelen als een pinguïn met je bijna-zeven-maanden-zwangere buik. Maar, hey, it’s gonna be awesome!

Voor het vertrek: angstzweet

Badend in het zweet word je wakker, in het midden van de nacht, twee dagen voor je vertrek. Angstzweet. Maar… Wat als ons vliegtuig gekaapt wordt door IS-terroristen? Dan moet ons mannetje opgroeien zonder zijn mama en papa. Zou hij zich ons dan wel herinneren? Zou hij dan ooit weten hoe graag we hem zien? Zou hij beseffen dat we eigenlijk niet zonder hem kunnen? Dat hij bij ons hoort?

Maar dat zijn mama en papa wel graag af en toe een paar dagjes gewoon op reis gaan… zonder hem… alleen…

Schuldgevoel. Je rent naar boven, zomaar, om naar hem te kijken. Hij slaapt als een engeltje. Je onderdrukt een traan. Je bent zwanger, emotioneel. Meer is het niet, echt!

Dan is het zover. Hij mag naar oma en opa. Overenthousiast hoor je hem de hele autorit roepen ‘Mmma popa’. Je bent blij en dankbaar dat hij zo graag naar oma en opa gaat. Dat oma en opa met veel plezier voor hun jongste kleinkind zorgen, dat ook. Je weet wel dat dit eigenlijk niet zo vanzelfsprekend is. En toch breekt je hart. Je hoopt maar dat hij het beseft, dat hij wat langer bij oma en opa zal blijven dan gewoonlijk.

Je slikt je tranen weg

Hij kent het daar goed, bij oma en opa. Het eerste wat hij doet, is zijn favoriete boekje zoeken. Over paarden. Met dat boekje op zijn schoot bewijst hij hoe stil hij kan zitten. Hij wijst naar de tekeningen terwijl hij eindeloos dat eerste woordje herhaalt dat hij ooit kon uitspreken (na ‘mama’ en ‘papa’, natuurlijk ): ‘Paajdje paajdje paajdje’.

Je wil hem nog even heel stevig knuffelen vooraleer je hem in zijn bedje legt. Maar hij duwt je van zich af. Bedtijd, dan maar.
Je doet de deur dicht van zijn kamertje. En kan ze niet langer bedwingen. Tranen. Liefje toch, hoor je je man zeggen. Maar klinkt zijn stem ook niet wat breekbaarder dan anders?
Nee, liefje. We zijn niet meer met ons tweetjes, zoals vroeger, denk je. Nooit meer. En je slikt je tranen weg.

O ja, die reis?
Zalig. Genoten, echt. Moet je snel nog eens doen. Gewoon, met jullie tweetjes, zoals vroeger.