7922fi.jpg

De juiste mindset aan tafel bij moeilijk eetgedrag: 3 tips

8/02/2024

Moeilijk eetgedrag zorgt bij veel ouders voor frustratie, verdriet, ongerustheid, ruzie of een gevoel van onmacht. Nochtans is moeilijk eetgedrag bij jonge kinderen op zich heel normaal. Het hoort namelijk bij die kritische en sceptische fase die je peuter of kleuter nu doormaakt. Het past dan ook helemaal bij de “ikke doen”- en “nee”-fase.

Dit tijdelijk en ietwat vervelend aanvoelend eetgedrag dat je kind stelt, is dus niet om jou te pesten. Het hoort bij zijn ontwikkeling die op deze leeftijd gekenmerkt wordt door afscheiding en individualisering. Auch …. ! Klinkt misschien verschrikkelijk eng voor jou, maar je kleintje wordt groot. Toch ook mooi, nee?

Omarm deze fase dus! Maak je er minder druk om, zet je zorgen opzij en ga met de juiste mindset aan tafel. Op die manier kom je samen deze fase zo goed mogelijk door én begeleid je je kind op een positieve manier.

Ik geef je alvast drie inzichten mee, die kunnen helpen om met de juiste mindset aan tafel te gaan. 

  1. Proeven en eten is een leerproces
    We gaan er onbewust van uit dat eetvaardigheden aangeboren zijn. Want eten is toch de normaalste zaak van de wereld? Not! Buiten de zelfregulering van een kind (dit wil zeggen: het zelf aanvoelen van of en hoeveel honger het heeft) moeten alle andere eetvaardigheden aangeleerd worden.
    Waarom eet ik? Wanneer eet ik? Hoe eet ik? Met wie eet ik? Wat eet ik? Waar eet ik? Hoe snel eet ik? Op welke manier zit ik aan tafel? … Enzovoort. Al deze vaardigheden moeten we onze kinderen aanleren. En dat vraagt tijd, oefening en geduld.
    Vergelijk het met leren zwemmen. De badmeester verwacht ook niet dat je kind tijdens de eerste les meteen 25 m zwemt. Of vergelijk het met leren lezen. Een kind start met het eenvoudigste woordje ‘ik’ en elke dag komt er een woordje bij. Leerprocessen verlopen met andere woorden in stapjes. En elk stapje vooruit is een goede stap, hoe klein ook.
    Gun jezelf de nodige tijd om deze vaardigheden aan te leren en geef je kind de tijd die het nodig heeft om zich deze eetvaardigheden eigen te maken. Elke maaltijd is een oefening, net zoals elke zwembeurt dat is. 
  2. Wat je niet aanbiedt, kan niet geproefd worden 
    Je leest soms dat je tot vijftien keer iets moet aanbieden voor je kind het lust. Wel, maak daar maar gerust vijftig van, of waarom ook niet meteen honderd. Zo ben je zeker dat je voldoende geduld aan de dag legt. Ik lustte zelf pas op mijn 23ste snijboontjes. Ik ben er wel zeker van dat daar meer dan vijftig pogingen aan vooraf zijn gegaan.
    Geef dus niet (te snel) op. Want wat je je kind niet meer aanbiedt, daar kan het ook niet van proeven. Net zoals jij geen wijn meer kan drinken, als je hem niet in huis haalt ;-).
    Elke keer dat je bijvoorbeeld boontjes aanbiedt, worden ze voor je kind meer vertrouwd. En dat verhoogt de kans op proeven. Misschien lukt opeten nog niet, maar kan er al wel eens aan gelikt worden? En als dat nog een brug te ver is, mogen de boontjes misschien al wel op het bordje liggen? Ook dat is gewenning en vertrouwen opbouwen, een vorm van proeven en een stapje vooruit zetten. 
  3. When the stress goes up, the learning goes down
    Als je kind (nieuw aangeboden) voedsel weigert, dan komt deze weigering meestal voort uit angst. Angst om ervan te proeven. Angst voor de vorm, de temperatuur, de kleur, de consistentie, de smaak, de geur …. You name it! Even angstig als jij je voelt tegenover spinnen, slangen of muizen. Hoe raar en irrationeel dit ook klinkt, de angst bij je kind is reëel.
    Net zoals we alle andere emoties zoals bijvoorbeeld de emotie verdriet bij ons kind au sérieux moeten nemen - hoe flauw we het ook mogen vinden dat ons kind in tranen uitbarst, omdat het de gele beker wilde die grote zus nét voor haar uit de kast griste - moeten we ook deze angst voor voedsel proberen te begrijpen.
    Je kind is angstig en voelt dus al druk uit zichzelf om te proeven. Wanneer wij hier bovenop nog extra druk gaan uitoefenen door bijvoorbeeld deals te sluiten (‘als je je groenten op eet, mag je van tafel’), deadlines op te leggen (‘ik tel tot drie en dan neem je een hap’) of het eetgedrag persoonlijk op te vatten (‘ik doe nog zo mijn best voor jou! Waarom doe je me dit elke keer weer aan?’), is de kans groot dat je kind nóg angstiger wordt of dat er nóg andere emoties gaan spelen, zoals boosheid of verdriet, waardoor je kind nog minder in staat zal zijn om te proeven.
    Vermijd het toevoegen van een portie extra stress aan tafel van jouw kant. Probeer veeleer de stress te verlagen bij je kind door te focussen op elkaar en niet op wat er gegeten wordt, door je kind een knuffel te geven voor het aan tafel gaat, door elk stapje vooruit positief te bekrachtigen en door weer te geloven in het feit dat het allemaal goed komt.

Het komt ook echt goed.

Beloofd!

 

Vicky De Beule is diëtiste en gespecialiseerd in moeilijk eetgedrag bij jonge kinderen.

In 2018 ontwikkelde ze het educatieve spel de Proeftoren om spelenderwijs te leren proeven. In juni vorig jaar verscheen haar boek “Ik lust dat niet”. Op Instagram kan je dagelijks haar tips & tricks volgen en thuis positief aan de slag gaan. Bovenstaand artikel mag niet verspreid of gekopieerd worden zonder te verwijzen naar haar.   

Bestsellers

cover ouders komen van mars

Ouders komen van Mars

€ 21.99
mok legendaddy

Koffiemok | legendaddy

€ 16.95
sweater marvellous metie

Sweater | Marvellous metie

€ 44.99

Meilleures ventes