tiener kniepijn

Het leed dat Osgood-Schlatter heet

14/01/2026

Tot voor kort draaide het leven van mijn tienerzoon rond één ding: voetbal. Trainingen, matchen, voetballen op het pleintje in de buurt met zijn vrienden en altijd modderige voetbalkleren in de was. Tot zijn knie begon te zeuren. Groeipijn, dachten we. Dat hoort erbij, toch? 

Maar die kniepijn bleef terugkomen. Eerst een paar keer na een training, maar op den duur na élke training en zelfs na school. En plots viel het op: we zagen een zwelling net onder zijn knie. En dus trokken we toch maar naar de dokter. Die keek, voelde eens, liet hem wat bewegen en kwam al snel tot de conclusie: Osgood-Schlatter. Ik knikte alsof ik precies wist waar het over ging. Spoiler: ik had totaal geen idee. 

Wat ik wél begreep, was de boodschap die we kregen. Het was op zich onschuldig, en het zou vanzelf overgaan, maar rust was belangrijk. Veel rust. Hij moest luisteren naar zijn lichaam (niet zo evident voor een tiener die alléén maar wil voetballen) en zelfs even stoppen met voetballen. 

Je had het gezicht van mijn zoon moeten zien bij dat laatste. Voetbal is voor hem niet zomaar een hobby. Het is zijn uitlaatklep, zijn vrienden, zijn hele wereld. Dus “een tijdje geen voetbal” kwam hard aan. Hij zag zijn ploeggenoten trainen, moest matchen missen waar hij al maanden naar uitkeek. De frustratie kwam er de ene keer uit in de vorm van slaande deuren, de andere keer trok hij zich stil terug op zijn kamer. Het brak mijn hart soms als mama. 

Maar ik zie hoe hij ermee leert omgaan. Hij luistert beter naar zijn lichaam (al gaat dat met vallen en opstaan) en begint stilaan te beseffen dat dit iets tijdelijks is, hoe eindeloos het nu ook lijkt. Hij leert relativeren, mét humor. En ik zie hem groeien – niet alleen in lengte (dat zeker ook!), maar ook in veerkracht. Hij leert dat hij meer is dan alleen “die voetballer”. 

Voorlopig is het voetbal in zijn leven nog grotendeels vervangen door rust nemen, ijs leggen en oefeningen doen. Zijn genezing verloopt niet lineair, en het vraagt tijd. Hij heeft goede dagen, maar ook mindere dagen. Het weegt soms mentaal zwaar en dat is logisch. Maar het komt goed. Misschien vandaag of morgen nog niet – maar over een tijdje staat hij weer op het veld. Met een grote glimlach. Tot dan houden zijn ploegmaten zijn plekje voor hem vrij. 

En ik blijf hem aanmoedigen, of het nu aan de zijlijn van het voetbalveld is of gewoon thuis.