lesbisch koppel zwanger

Ik maakte de meest impactvolle beslissing van mijn leven (en dat van mijn kinderen) op buikgevoel en zonder me eerst te informeren, oeps

20/01/2026

31 was ik, toen ik de meest impactvolle beslissing van mijn leven nam. Op buikgevoel en zonder me te informeren. Het was niet impulsief of roekeloos. Het was gewoon de logische uitkomst van een diepe, oprechte kinderwens die al meer dan vijf jaar in mijn achterhoofd (lees: eierstokken) lag te sluimeren.

Bye bye Plan A

Al van jongs af aan wist ik dat ik: ooit word ik mama. Dat dat niet via Plan A zou verlopen, werd rond mijn zestiende levensjaar duidelijk, toen ik voor de eerste keer uit die zogenaamde kast kwam. Want als vrouw samen zijn met een vrouw, impliceert ook vrijwel altijd dat je een donor nodig hebt om je kinderwens in te vullen.

Tien jaar later liet mijn biologische klok voor het eerst van zich horen. En voor mij stond één ding vast: als we dit zouden doen, dan met een donor die we kenden. Het idee van anoniem sperma in mijn eileiders voelde … absurd. Misschien was het controledrang. Misschien gewoon intuïtie.

Zo gezegd, zo gedaan. (Oké, zo simpel was het niet, maar ik bespaar jullie even de toelichting van het hele fertiliteitstraject dat uiteindelijk via ICSI tot een goed einde kwam).

Huh?! Jullie kennen de donor?

Toen mijn vriendin heel wat cravings, dutjes en spataders later beviel van ons zoontje Gustave, werd het ons al duidelijk toen we nog in het bevallingskwartier waren. Dat gekend donorschap, is helemaal niet zo gekend als wij dachten. Heel wat mensen rondom ons reageerden verbaasd.

“Is het Deens zaad?”
“Nee?”
“Huh?”
“Jullie kennen de donor?”
“Wat moet ik daar dan tegen zeggen als ik hem bij de beenhouwer tegenkom?” (Die laatste vraag kwam van mijn mama).

Of gewoon een paar seconden extra stilte wanneer je iets over het karakter van of de gelijkenissen met de donor zegt.

Ook de artsen die we - zoals dat met een crèchegaand kind betaamt - regelmatig een bezoekje brachten, gingen er meestal van uit dat we op vragen over de familiale voorgeschiedenis maar de helft van de antwoorden zouden kennen.

Daarom stelde ik volgende vraag aan onze fertiliteitsarts: “Hoeveel van jullie patiënten gaan in zee met een gekende donor?” “Maximum vijf procent,” antwoordde hij zonder aarzelen.

Vijf procent.

Vijf procent. Hoe kan dat?

Die vraag laat mij sindsdien niet meer los. Hoe komt het dat zo weinig wenouders die bij een fertiliteitscentrum aankloppen, kiezen voor een gekende donor? Ik begon het uit te zoeken en kwam bij een paar mogelijke verklaringen.

  1. Omdat het juridisch niet anders kan?
    Deze kunnen we direct van de baan vegen. Sinds 2007 is het perfect mogelijk om met een gekende donor in zee te gaan, en is er een juridisch kader dat alle partijen beschermt.
  2. Omdat mensen niet weten dat het kan?
    Zeer waarschijnlijk. “Ik wist niet dat dat kon”, hoor ik achteraf opvallend vaak. En dat is absoluut geen aangename gedachte om te hebben als ouder.
  3. Omdat fertiliteitscentra er weinig baat bij hebben?
    Misschien. Waarom één donortraject begeleiden als je met anoniem donorzaad meerdere patiënten tegelijk kan helpen en er minder tijd en werk in moet steken?
  4. Omdat anoniem donorschap nog te genormaliseerd is in België?
    Absoluut. België is zelfs een van de laatste landen waar het nog mag. Pas in 2027 komt er hier verandering in. Onze noorderburen waren … 23 jaar sneller.
  5. Omdat we elkaar bang maken?
    Ja. Het is toch wel een beetje eng hé, om zelf geen genetische band te hebben met je kind, en de donor te kennen die dat wel heeft. Wat als …?
  6. Omdat het heel moeilijk is rekening te houden met het standpunt van een kind dat nog niet bestaat.
    Hier vrees ik voor. Je hele leven heb je je beslissingen gemaakt op basis van je eigen standpunt. Hier maak je een beslissing over een partij die nog niets kan zeggen. Het is cruciaal maar niet natuurlijk om hier in deze fase je al volledig bewust van te zijn.

De frank viel

Toen vrienden die voor anoniem donorschap gingen me één voor één hetzelfde zeiden: “Had ik dat allemaal maar geweten voor we begonnen”, viel mijn frank. We worden niet goed geïnformeerd. En dat is geen detail. Want we maken hier geen spaghetti’ke. We maken mensen. Kinderen die ooit volwassen worden, met een eigen identiteit, emoties, vragen en rechten.

Plan D

Dat besef zorgde ervoor dat ik Plan D opstartte. Voor wanneer optie A niet kan en optie B en C niet in het voordeel van je kind zijn. Plan D ontstond uit één simpele overtuiging: wensouders verdienen volledige, eerlijke informatie - vóór ze van start gaan.

Er beweegt gelukkig veel. Donorkinderen laten steeds luider van zich horen. (Het afnemen van) rechten worden (wordt) in vraag gesteld. Fertiliteitscentra en de wetgeving die ze volgen komen onder vuur te liggen. En langzaam maar zeker begint het landschap te verschuiven. Eindelijk.

Mijn doel?

Dat meer mensen zich informeren. Dat keuzes bewuster worden. En dat je later tegen je kind kan zeggen: “Ik heb me verdiept. Ik heb overwogen en ik heb heel bewust voor deze optie gekozen.”

Door een gekende donor enthousiast geschreven,

Anneleen Vanlommel
Plan D