Gedragspsychologe An Vandeputte (Kenniscentrum Eetexpert.be): ‘Bijna elk kind hapert vroeg of laat wel eens met zijn eetgedrag.’

Tieners zitten in een serieuze groeispurt. Doordat ze zo sterk groeien, hebben ze meer energie — dus meer voedsel — nodig. Heeft je tiener om 18u gegeten, dan is het normaal dat hij drie uur later weer honger heeft. Zeker als hij ook nog sport en energie verbrandt.
Nachtelijke honger kan dan weer een andere oorzaak hebben: als je tiener tot de vroege uurtjes op social media zit of gamet, kan zijn hongerhormoon ontregeld raken. Die honger heeft dan niet met groei te maken, maar met te weinig slaap.
Waarom “gezond kiezen” niet vanzelf gaat
Tieners maken uit zichzelf niet altijd de gezondste keuzes. Een tiener is van nature een luie eter: als hij moet kiezen tussen een zak chips open trekken of zelf een appel schillen, is de keuze snel gemaakt. Bovendien is hij extra gevoelig voor voedselverleiding: zijn emotionele brein en beloningscentrum zijn sterk ontwikkeld, maar bijsturen lukt nog niet altijd even goed.
De basis die helpt zonder strijd
Volgens An Vandeputte moet je evenwichtig eten (aan)leren. Kinderen leren slapen, studeren, omgaan met emoties — en dus ook eten.
Als ouder heb je daar impact op: jongeren vallen na de woelige tienerjaren vaak terug op het eetgedrag dat ze thuis aangeleerd kregen. Dat betekent ook dat het loont om bewust om te gaan met je eigen boodschappen over eten, gewicht en lichaam: leg je zelf sterk de focus op gezond eten of diëten, dan pikt je tiener dat op.
De vier G’s als kompas
Laat calorieën tellen los en mik op vier basics: geniet (maak eten ook gezellig), genoeg (leren aanvoelen wat je nodig hebt), geregeld (ongeveer om de drie uur iets, met een logische avonds¬nack als je tiener laat opblijft) en gevarieerd (proeven, groenten en fruit mee op het bord). Help je “luie eter” door gezonde tussendoortjes makkelijk te maken: soep om op te warmen, fruit of groente in stukjes, iets waar brood in kan doppen.
Snoep: niet verbieden, wel begrenzen
Snoep helemaal verbieden werkt vaak averechts: kinderen die niet mogen snoepen, doen het net meer — soms achter je rug. Snoepen is ook genieten. Beperk het liever: één snoepmoment per dag en water als standaarddrank.
Buikhonger of harthonger?
Bij emotioneel eten kan je je tiener helpen om het verschil te leren tussen ‘buikhonger’ en ‘harthonger’. Heeft hij harthonger, zoek dan mee naar andere manieren om emoties te kanaliseren: joggen, PMD-flessen in elkaar kloppen, een warme douche nemen.
‘Bijna elk kind hapert wel eens’
“Bijna elk kind hapert” betekent niet dat je nooit hoeft in te grijpen.
Kijk vooral naar de impact: gaat je tiener sociale afspraken uit de weg omdat er eten bij komt kijken? Mijdt hij activiteiten omdat hij zich onzeker voelt? Neemt eten zoveel plaats in dat hij er voortdurend mee bezig is, er slecht door slaapt of lang in een negatieve stemming zit? Is hij op korte tijd veel bijgekomen of afgevallen? Of verandert het brooddoosgedrag sterk (bijna niets mee, alles weer mee naar huis, “ik heb iets gekocht”)?
Let ook op de duurtijd: een paar dagen is iets anders dan maanden.
Maak je je zorgen, praat er dan open over: benoem wat je ziet, laat voelen dat je wil helpen, en weet dat een goed gesprek op zich al veel kan doen — ook zonder meteen een kant-en-klare oplossing.