En ze lopen rond alsof ze de wereld bezitten, met een blik alsof jij per ongeluk lucht hebt ingeademd die voor hen bedoeld was.
Het begon met ruzie…
Zo’n typische klasruzie waar je eerst nog denkt: oké, dit waait wel over. Dit is een misverstand. Maar het waaide niet over. Het werd een ding. Twee meisjes uit haar klas. Twee meisjes met dat soort energie waarvan je voelt: dit is niet zomaar “geen klik”. Dit is doelbewust. Dit is werk. Dit is strategie. Dit is: we gaan haar pakken en we gaan zorgen dat iedereen het ziet.
Het was subtiel en tegelijk keihard.
Ze maakten haar zwart. Niet eens op één duidelijke manier. Van die dingen die je niet altijd kunt bewijzen, maar die je wel voelt. Blikken. Fluisteren. Een lachje net iets te laat. Een opmerking “per ongeluk” luid genoeg gezegd zodat het zeker binnenkomt. En altijd datzelfde venijn: doen alsof zij de norm zijn, en jij een foutje in de klasfoto. En pubermeisjes zijn daar geniaal in. Die kunnen met één zin iemands hele zelfbeeld in brand steken en daarna doen alsof het een grapje was.
Het ging over haar uiterlijk. Natuurlijk ging het daarover. Want dat is hun favoriete wapen. Ze noemden haar dik. Dik. Mijn dochter. Die allesbehalve dik is. Maar dat maakt dus niet uit. Want “dik” is geen feit in een puberwereld. “Dik” is een label, een scheldwoord, een stempel. Een manier om iemand te laten twijfelen aan zichzelf.
En toen kwam de “dubbele kin”. Een meisje wees op haar kin. En laat het duidelijk zijn: mijn dochter heeft helemaal geen dubbele kin. Maar het kwaad was geschied. Ze stond langer voor de spiegel. Ze trok rare gezichten om te kijken hoe het er dan uitzag. Ze zette haar camera aan, draaide haar hoofd, keek van boven, van onder, van opzij. Alsof ze een probleem moest vinden dat ze kon fixen.
Het gaat allang niet meer over die ruzie. Het gaat over controle. Over macht. Over erbij horen. Over wie er bovenaan staat in dat onzichtbare puberklassement dat niemand ooit heeft uitgevonden maar waar iedereen zich toch aan houdt.
Het ergste is dat het ook nergens stopt. Niet na school, niet thuis. Want er is altijd nog de groepschat. De screenshots. De story. Het gedeelde stilzwijgen dat harder voelt dan een klap. En ondertussen zit jouw dochter daar. Knap meisje. Echt knap. Maar ineens ziet ze dat niet meer. Ineens is ze een meisje dat alleen nog ziet wat er “mis” is.
En jij zit ernaast en je denkt: what the fuck doen jullie met elkaar?
Want eerlijk… pubermeisjes kunnen echt bitchkes zijn. Alsof het ergens in de lucht hangt op die leeftijd. Alsof ze collectief in een fase gaan waarin empathie even offline gaat en ze het sociale leven behandelen als een survivalgame. En het irritante is: het is niet alsof je kan zeggen: “Ah, die krijgen zeker geen opvoeding.” Nee. Dat maakt het juist zo raar. Want dit gebeurt bij goede gezinnen. Bij normale kinderen. Bij meisjes met ouders die hun best doen. Het lijkt écht iets puberachtigs. Een soort tijdelijke ontsporing van het morele kompas. Alsof ze twee jaar lang de grootste bitchkes ooit moeten zijn, gewoon om daarna weer mens te worden.
En ja — laat me ook eerlijk zijn: mijn dochter is geen heilige. Ze is geen zielig lammetje dat door de wei huppelt en nooit iets verkeerd zegt. Tuurlijk zal ze haar aandeel gehad hebben. Tuurlijk zal ze ook wel eens geprikkeld gereageerd hebben. Tuurlijk zal ze ook iets teruggezegd hebben dat olie op het vuur was. Dat is ook puber zijn. Maar er is een verschil tussen een ruzie hebben… en iemand systematisch kapotmaken op dingen waar je zelf ook wakker van ligt.
En het rare is: op een bepaald moment… werd het beter.
Niet ineens spectaculair, niet met vuurwerk en excuses en “we hebben het uitgepraat”. Gewoon… minder scherp. Minder intens. En niet meer elke dag. En mijn dochter vond een paar meisjes die wél oké waren, waar ze zichzelf kon zijn, en die haar af en toe eens een complimentje gaven in plaats van kritiek.
En ik zit hier soms nog te denken: ligt het aan haar? Ligt het aan hen? Of zijn ze gewoon… ouder geworden? Alsof het echt een fase is waar ze door moeten. Een jaar of twee waarin ze allemaal even vergeten hoe je normaal doet. Waarin ze elkaar testen, breken, heropbouwen, en ondertussen heel stoer doen alsof het niets is. En ik blijf het moeilijk vinden om dat “normaal” te noemen. Want het is zo hard. Zo vuil. Zo onnodig. En toch gebeurt het. Overal.
Mean girls zijn geen fictie. Het is gewoon de puberwereld. En soms, als je er middenin zit als moeder, is het enige wat je echt kan denken: wat. de. fuck.
