mama en tienerdochter ruzie

Wat een kutmama ben jij

17/08/2022

Soms heb ik het gevoel dat ik niets goed kan doen. Ik doe mijn uiterste best. Maar blijkbaar ben ik echt kut. Of hoe die prefrontale cortex van mijn tiener echt nog niet volgroeid is. En dus uiteindelijk alles wel goed komt, binnen dit en tien jaar dan. :-)

De situatie

Er is een dansoptreden gepland. Blijkbaar is er daarvoor een specifieke dresscode. Dat wordt mij verteld de late namiddag voor het optreden. Om 16u. om precies te zijn. Topmoeder als ik ben (in mijn eigen ogen dan), ren ik nog de winkel om een korte, zwarte short. Tot zover. 


Blijkbaar is er ook een kapselcode. Ingevlochten vlechten. Maar mevrouw heeft sinds kort, op eigen vraag, ‘curtain bangs’, ofwel: een schuine froufrou. Fast forward naar de ochtend voor het optreden. Ik probeer met veel trekken en sleuren twee vlechten te maken. Het lukt, min of meer. Dacht ik. Blijkt dat ik te snel gestopt ben met vlechten en het teveel lijkt op twee staartjes. ‘Wat een kutmoeder ben jij. Ik ga niet!’ En met deze gevleugelde woorden stampt ze naar haar kamer.

Be the bigger person, moeder

Mijn eerste reactie? Top. Fine. Bol het af. Trekt uw plan. Denk ik. Ik probeer me nog enigszins in te houden en geen te heftige dingen terug te zeggen. Dus ik houd ik het op: ‘Geen iPad de komende twee dagen als je je niet snel excuseert!’ Want ergens is er, ondanks mijn boosheid, toch een stemmetje in mijn hoofd (in mijn wel volgroeide, prefrontale cortex) die zegt: jij bent hier de volwassene, zij het kind. Jij moet de ‘bigger person’ zijn. Maar dan ook weer niet over je heen laten lopen. Want tieners hebben grenzen nodig, anders kunnen ze die niet aftasten. Man, dit is moeilijk … 

Het glas is altijd halfvol

Kijk. De buren hebben zeker en vast wat geroep en getier gehoord. Een dichtslaande deur of twee, drie. Er zijn tranen gevloeid. Maar uiteindelijk, na een half uur, kwam het eruit. 


Zij: ‘Mama, ik weet niet waarom ik dat zei. Ik meen dat niet.’


Ik: ‘Ik had mijn geduld niet mogen verliezen. Maar ik was zo boos.’


Er was ontlading. Misschien was dit wel eens nodig. Eens goed ruzie maken. Intense botsingen geven heel warme momenten. Nu kunnen we er weer even tegen. We begrijpen elkaar weer wat beter. Tot de volgende botsing. En daar komen we dan ook wel weer sterker uit.