De ochtendshow a.k.a. ochtendrush

  • door Gastmama

“Gaan we een spelletje spelen?” In combinatie met zijn puppyblik (move over Puss in boots) is het moeilijk nee te zeggen tegen Lucas, mijn vierjarige zoon. Ik heb echter geen keuze, want om 07u10 op een schooldag hebben we andere prioriteiten. Ik sta in mijn kamerjas in de keuken met kilo’s slaap in mijn ogen. Deze avond ga ik écht wel op tijd slapen, mompel ik nog tegen mezelf wanneer ik grijp naar de koffiezet. “Straks jongen, nu gaan we eerst eten,” zeg ik, voor de eerste (maar zeker niet de laatste) keer, tijdens deze traditionele ochtendrush.

Alsof ik hem net verteld heb dat zijn kleutertijd voorbij is en hij vanaf nu shiften van 12u in de koolmijnen moet gaan draaien, laat Lucas zich kermend op de grond vallen. Ik stap over hem om te gaan kijken waar zijn zus blijft. Hoewel ze nog maar 8 jaar is, heeft ze zich al volop gespecialiseerd in puberslaapgedrag. ’s Avonds wil ze er niet in, ’s ochtends er niet uit. Net wanneer ik naar boven wil gaan om haar er nog eens – heel zachtaardig, dat spreekt voor zich –  aan te herinneren dat ze moet opstaan, komt Emma slaapdronken de living binnengewandeld. Haren alsof ze net Amerika doorkruist heeft in een cabrio, een lading knuffels onder haar arm. 

Ontbijtgesprekken

Wanneer ik de kinderen even later vraag aan tafel te komen negeer ik de verongelijkte kreten en begin alvast aan de boekentassen. Eens aan tafel, na slechts twee keer vragen en één keer eisen, ontvouwt het ontbijtgesprek zich zoals gewoonlijk: “Ik heb geen drinken.” (Je ziet toch dat ik volop water aan het inschenken ben?) “Ik wil deze boterham niet.” (Neem dan deze, net niet identieke boterham) “Ik vind dit vleesje niet lekker!” (Exact hetzelfde vleesje waar je gisteren zo van smulde?) “Ik moet pipi doen” (Toen ik het 5 minuten geleden voorstelde hoefde je niet!) “Mama, waarom heb ik vijf vingers aan één hand?” (Euhm… omdat zes te druk zou zijn?) … Het merendeel van hun ontbijt lijkt eindelijk naar binnen gewerkt dus ik stuur Emma alvast naar de badkamer.

 Nog een half uur vooraleer we moeten vertrekken.

Op het randje van hysterisch

Ik ruim snel de keuken weer op en steek in de gauwte nog een was in.  Wanneer ik in de badkamer kom, word ik getrakteerd op een miniplaybackshow. Ze was toch wel ‘vergeten’ dat ze haar tanden kwam poetsen zeker?  Ik maan haar aan voort te maken terwijl ik de tanden van Lucas probeer te poetsen. Meewerkend als hij is, duwt hij zijn lippen stijf op elkaar. 

“Doe het dan zelf” roep ik op het randje van hysterisch en verdwijn naar de slaapkamer. Zoals elke avond dacht ik gisteren om vandaag eens werk te maken van mijn outfit. En zoals tijdens elke ochtendrush haal ik mijn schouders op en trek snel weer een jeans en een trui aan.

 Nog 15 minuten!

Het gevoel dat ik een halve marathon heb gelopen

Terwijl Emma zich aankleedt, probeer ik hetzelfde te doen bij Lucas.  “Ik ben een draakje en jij moet mij pakken!” giert hij uit terwijl hij van me wegloopt.  “Nu niet Lucas, we moeten op tijd op school zijn!”  “Maar ik wil niet naar school! Ik wil een spelletje spelen” Zijn hoofdje zakt scheef en hij steekt zijn onderlip uit. “Straks, na school,” probeer ik hem te sussen terwijl ik op mijn knieën zit en probeer zijn elastieken benen in zijn broek te wurmen.

Hij verliest bijna zijn evenwicht maar gelukkig heeft hij mijn haar nog om zich aan vast te houden nadat hij me eerst nog per ongeluk een vuistslag verkoopt. Wanneer Lucas eindelijk aangekleed is, heb ik het gevoel dat ik een halve marathon gelopen heb. Nog geen tijd voor rust, nog maar 7 minuten!

Bloed, zweet en tranen

In de living zit Emma achter haar tablet. Haar arm hangt stil in de lucht, in haar hand de kam. Tijdens het zoveelste filmpje van Dylan Haegens (Dylan wie?) is ze alweer vergeten wat ze aan het doen is. Ze merkt zelfs niet dat ik de kam uit haar handen neem en snel een paardenstaart probeer te maken. Probeer, want blijkbaar is 8 jaar voor mij nog te weinig om me deze ambacht écht eigen te maken. 

Hoe dichter we komen bij het moment van vertrek, hoe gejaagder ik me voel.  “Lucas, doe je schoenen aan! Nee, niet je laarzen, je schoenen! Emma, doe je jas toe. Je fluo niet vergeten! Waarom heb je toch je laarzen aan? Emma, ga maar al naar de auto, hij is al open. Lucas, waar zijn je schoenen naartoe?”

 Bloed, zweet en tranen maar het is gelukt, we zitten op tijd in de auto!

Kers op de taart

“Mama?” klinkt het aarzelend vanop de achterbank wanneer het me na veel binnensmonds gevloek eindelijk gelukt is in te voegen op de drukke baan. “Mmm?” “Ik heb mijn boekentas niet bij….”

 En dan is mijn ‘echte werkdag’ nog niet eens begonnen….

 

Sylvie De Caluwé