Een compleet gezin, een lege buik en twee tikkende tijdsborsten

27 december 2019. Mijn 29ste verjaardag. Ik was 37 weken en 4 dagen zwanger van ons tweede kindje. Die ochtend had ik voorweeën, maar na weken harde buiken en oefenweeën zagen we het nog niet per se als een teken dat er snel wat ging gebeuren. In de namiddag was alles weer rustig in mijn buik. 's Avonds hielden we een gezellig klein verjaardagsfeestje met onze ouders.

Ik herinner me nog hoe geborgen ik me voelde, hoe fijn die afleiding was en hoe leuk het was allemaal samen te zijn. Mijn mama gaf me nog een geruststellende knuffel voor we vertrokken omdat ik toch wat bang was opnieuw te moeten bevallen. Ik ging slapen met een goed gevoel, je kent het wel: het gevoel dat overblijft na een gezellige avond in warm gezelschap.

De volgende ochtend rond 7u werd ik wakker met gebroken vliezen. Een droomscenario: ik had net een - weliswaar onderbroken - nacht geslapen. Mijn schoonmoeder kwam ons zoontje halen en ik beviel enkele uren later onder water, mijn handen die van de vroedvrouw en mijn vriend stevig omklemmend. Bij de ergste pijn – je weet wel als het hoofd maximaal in de opening zat en je moet wachten op de volgende perswee - dacht ik dat ik dit nooit zou kunnen. Tijdens dat bange moment kwam ineens glashelder het beeld van mijn mama voor mijn ogen die zei "komaan, jij kan dit."  Ik vind dit nog steeds een heel eigenaardige ervaring hoe ze daar plots midden in mijn wanhoop haast echt aanwezig leek.

Mijn mama is er altijd al geweest voor me en ik denk dat ze zo diep in mij verankerd zit dat mijn geest onbewust naar die veilige haven greep op een moeilijk moment. Ons dochtertje blaakte van gezondheid, ze deed het meteen heel goed en maakte ons gezinsgeluk compleet.

Twee maand later ging ik op postnatale controle. Ergens was het vreemd. Ook na mijn vorige bevalling voelde ik me tijdens die controle zeer leeg vanbinnen. Geen echo, geen kloppend hartje, geen zachte schopjes tegen de echosonde. Terwijl ik daar toch was, vroeg ik ook eens op welke leeftijd ik moest beginnen met mammografieën omdat borstkanker in de familie zit. En daar in dat kleine kamertje, terwijl de gynaecoloog-assistente mijn borsten zorgvuldig aftastte besloop me voor het eerst dat nare gevoel: dit was het dan. Ik had de kinderen gebaard die ik wou, mijn baarmoeder had haar dienst bewezen en nu moest ik daar enkel nog komen om te checken of mijn lijf verder gezond kon blijven.

Enkele dagen later informeerde ik verder bij het UZ. Ik val blijkbaar in een groep met "sterk verhoogd risico" waarbij ik vanaf mijn 30ste jaarlijks MRI scans moet laten nemen en wat minder frequent ook mammografieën. Die screening start 5 jaar voor de jongste leeftijd dat een familielid kanker kreeg, dus vanaf dan word ik als risicovol beschouwd. In een van die documenten stond er zelfs heel droog zwart op wit: eventueel kan preventieve mammectomie overwogen worden. Ik heb dat woord opgezocht en kreeg een krop in mijn keel.

Dat laatste is voor mij op dit moment alvast geen optie. Ik voel me nog zo jong en om het wat "plat" te zeggen (pun intended): mijn borsten zijn gewoon een deel van wie ik ben. Dat klinkt vast oppervlakkig (another pun) maar ik vind dat zo gezellig om borsten te hebben en verder vind ik mijn borsten ook gewoon mooi: een onlosmakelijk deel van mijn vrouwelijkheid. Ik vond eerder al dat de borstvoeding bij mijn zoontje een deel seksualiteit wegnam, borsten helemaal wegnemen lijkt me nog een pak erger. Dus die optie gooi ik - althans voorlopig - overboord.

Mijn mama is haar moeder verloren aan borstkanker toen ze zelf 15 was, in een tijd dat de medische wereld nog niet zo ver stond als nu. Een trauma. Haar twee zussen kregen het ook en zelf leefde ze jaren met de angst dat het haar ook zou overkomen. Dat gebeurde ook. Ik zat toen in het vijfde middelbaar en heb haar die hele lijdensweg zien ondergaan, al heb ik pas achteraf beseft hoe diep ze echt heeft gezeten. Ik herinner me nog altijd levendig het beeld van hoe ze eruit zag de dag na haar operatie: verbonden met allerlei slangen, drains, compleet uitgeput, een opgeblazen gezicht. Ze heeft zo afgezien. En niet enkel die ene operatiedag. Enkele weken na haar operatie gingen we wandelen: ze was volledig op na 100 meter, het einde van onze dreef. Ik vond dat redelijk confronterend om mijn sterke mama, mijn rots, zo te zien. En dat was nog maar het begin van een herstel dat jaren zou duren.

Jarenlang is mijn mama huismoeder geweest omdat ze voor ons wou zorgen zo lang het kon. Al sinds ik klein ben, houdt ze een soort dagboekje bij over mij en mijn broer. Als kind bladerde ik wel eens door haar schrijfsels, geïllustreerd met plukjes van mijn haar, tekeningen, een nieuwjaarsbrief ... Toen ik ging samenwonen met mijn vriend gaf ze me dat boek met rode kaft mee. Ze zei dat ze al die herinneringen had opgeschreven voor als ze er niet meer zou zijn. Ze had zich destijds toen ze mama werd dingen afgevraagd over hoe ze zelf was als kind en die vragen nooit kunnen stellen aan haar moeder. Het was weer zo'n moment waarbij ik me realiseerde dat ik weinig besef heb gehad van hoe diep dat hele idee van een kort leven in haar verankerd zat.

Met mama is alles uiteindelijk goed gekomen en ze prijst zichzelf zeer gelukkig dat ze omringd is met kleinkinderen. Ze had nooit gedacht dat te kunnen meemaken en ze is altijd al dol geweest op kinderen. Ze doet dat fantastisch, mijn zoontje is dol op zijn Mammie! Het is zalig om hen van elkaar te zien genieten. Ze leeft zich ook ten volle uit met knutselen, in de tuin spelen, samen fietsen en allerlei avonturen beleven.

Nu word ik zelf 30 en hoe dichter die datum komt, hoe moeilijker ik het krijg. Er is geen erfelijk gen gevonden en hoewel men al meer weet dan vroeger ben ik ervan overtuigd dat er nog zoveel meer is dat men niet weet.

Ik ben ontzettend blij met waar ik op mijn dertigste sta: we hebben iets heel moois opgebouwd, meer dan ik op een bepaald moment gedacht had. Tegelijk voelt die datum wat wrang aan. Ergens worstel ik met het gevoel dat er een nieuwe fase start waarbij er een soort zwaard van Damocles boven me hangt: vanaf dan ben ik "risicovol". En tegelijkertijd vind ik het belachelijk dat ik me zo voel. Ik heb vast nog jaren voor het gebeurt - als het al gebeurt. Wie weet word ik morgen aangereden door een vrachtwagen, wie weet sterf ik aan een nierfalen, wie weet leef ik tot mijn tachtigste. En dan heb ik me jaren druk gemaakt om borstkanker. Dat zou toch maar al te stom zijn?

Ik vind het leven te kort en te waardevol om me druk te zitten maken in what-ifs. Ik probeer dat hele jaarlijkse screeningsgedoe dus zoveel mogelijk van me af te schuiven. Eerlijk: het lukt me niet altijd even goed. Maar als die zakelijke adviesbrief en de daaraan gekoppelde angst me één ding heeft doen inzien is het dat ik wil genieten van al het moois rondom me. Ik prijs mezelf meer dan ooit gelukkig als mijn kids me in de armen vallen of als ik wakker word van gesnurk naast me, want: hij is er wel, daar naast me.

Dus ik probeer dat zwaard van Damocles te smelten en om te buigen naar iets positiefs: te leven in een warme gloed die me helderder laat kijken naar al wie ik liefheb en verder doet kijken dan de dagelijkse beslommeringen. Ik ben zo dankbaar. Dat geluk maakt me rijker dan ik me ooit had ingebeeld en dat wil ik koesteren: hoe broos het soms ook lijkt.