11 verleidelijke beslissingen waar ouders hun kinderen eigenlijk geen plezier mee doen

  • door Mamabaas

Kinderen opvoeden is een vermoeiende zaak. Je probeert het beste te doen, met je eigen karakter, dat van de kinderen, het tijdschema en je (soms zeer) beperkte energie. Al zijn sommige beslissingen, genomen uit de diepe liefde van je moeder- of vaderhart, op lange termijn misschien niet het allerbeste voor de kids ... Dit is zeker geen terechtwijzing, want hey, niemand is perfect (wij al helemaal niet!), maar misschien wel iets om af en toe bij stil te staan.

1. Denken dat je een baby kan verwennen

Baby's hebben noden en het is de bedoeling dat je die als ouders inlost. Het is geen verwennerij om hen vast te houden, hen te voeden wanneer ze dat willen, hen te troosten of hen te geven wat ze vragen. Baby's die krijgen wat ze nodig hebben op het moment ze dat nodig hebben, zijn later onafhankelijker en ontwikkelen zich over het algemeen beter. Ze hebben namelijk de zekerheid dat er iemand is om hen bij te staan.

Je wil natuurlijk je kind aanmoedigen om zelfstandig te worden, maar dat vraagt tijd. Je kind stimuleren voordat het er klaar voor is, heeft vaak een weerslag: je kind vraagt net meer aandacht, wil dicht bij de ouders zijn ... kortom, wil zich weer veilig  voelen.

Met oudere kinderen wordt het iets lastiger om de grens te trekken. En als ouder duurt het soms ook wel even voor je doorhebt dat je die onmiddellijke respons van de babytijd wat meer mag loslaten ... Bijvoorbeeld: kinderen die vallen, kijken vaak eerst naar de ouders om te zien hoe gereageerd wordt. Ouders in paniek betekent kind in paniek. Bij ouders die kalm reageren (bij een kleine, onschuldige val), is de initiële huilbui ook snel over - als ze er al is. Het is een beetje zelf aanvoelen waar je kind klaar voor is. 

2. (Te) veel in hun plaats doen

We snappen het: soms is er te weinig tijd om kinderen zelf hun schoenen aan te laten trekken - en soms heb je gewoon nog niet door dat je kind het eigenlijk wel kan. Het is gewoon gemakkelijk om dingen zelf te doen: het kost namelijk ook tijd en energie om te zagen, te controleren of ze het wel gedaan hebben en te vragen het opnieuw te doen als het niet goed genoeg is (en terug zagen, controleren, ...) 

En je doet het graag, en je doet het goed en ze zijn best dankbaar... dus waarom zou je ze niet nog wat ontzien? Maar tegelijk ... de kindertijd is de tijd om (goede!) gewoontes te kweken. Door je kinderen te stimuleren om dingen zelf te doen, worden ze zelfstandiger. Dus ja, laat hen maar knoeien, proberen, doorzetten en oefenen: het is voor de goede zaak!

3. Te veel afschermen

Je kinderen veilig en gezond houden is een van onze grootste zorgen. Maar sommige dingen zijn onvermijdelijk ... Het is belangrijker om kinderen te leren omgaan met risico, pijn, teleurstelling en verdriet dan om ze ervan af te schermen. Met uitzondering van levensbedreigende beslissingen en heel jonge kinderen natuurlijk. 

Dat is het fameuze loslaten waar iedereen het over heeft. Het handje als ze op de trap leren lopen, het risico als ze leren fietsen, de kans dat ze ziek worden of verdriet hebben of mentale of fysieke pijn lijden. Je begint met algehele bescherming en bouwt die beetje bij beetje af. Je zorgen zullen er niet minder om worden, maar het is ook bevredigend om te zien hoe je kinderen kunnen rechtkrabbelen en doorgaan.

4. Hun gevechten voeren

Een van de moeilijkste dingen als ouders is op de speelplaats of in een speeltuin toekijken hoe een 'kleutergevecht' ontstaat. Er wordt algauw tussengekomen, de boodschap is altijd dat ze moeten 'samen spelen, samen delen'. Dat is natuurlijk juist, maar tegelijk hebben kinderen op die manier geen kans om zelf te leren een conflict op te lossen en loop je het risico dat ze altijd vertrouwen op een volwassene om hun zaakjes op te lossen. 

Er zijn natuurlijk grenzen, zodra er fysiek geweld bij komt kijken of er een te groot leeftijdsverschil is, is ingrijpen natuurlijk wel gepast. En sowieso is het aangeraden om de discussie te volgen - je kan er namelijk ook van leren wie de waarheid komt zeggen of niet. Achteraf kan je het ook gebruiken als leermoment: bespreek wat er gebeurd is, wat er is misgelopen en hoe het de volgende keer beter kan.

5. Weinig/geen grenzen stellen

De tijd van autoritaire ouders ligt al een tijdje achter ons, maar de tegenbeweging is ook niet dat. Grenzen en limieten zijn goed voor kinderen: ze bieden duidelijkheid en dus ook veiligheid omdat kinderen weten waar ze aan toe zijn - ook al tasten ze die grenzen constant af. Dat wil niet zeggen dat die grenzen niet ietwat flexibel kunnen zijn van tijd tot tijd (denk aan je eigen geluk toen je een twééde ijsje kreeg of een uurtje langer mocht spelen), maar over het algemeen moet er een lijn zijn. Het is vermoeiend om die grens te trekken en aan te houden, maar het helpt om er duidelijk over te communiceren (en te blijven communiceren). Kinderen kunnen immers niet weten wat er wordt verwacht als het hen niet eerst wordt gezegd. En als ze al overstuur zijn, is er weinig kans dat ze het gaan opnemen: communiceer dus best op een rustig moment en herhaal vaak. 

Heb ook geen schrik om je grens uiteindelijk toch bij te stellen. Sommige grenzen houden we aan omdat we ze zelf zo geleerd hebben, maar zijn niet altijd doenbaar of juist voor je kind of de tijd. Communiceer dan ook waarom je deze regel aanpast, en niet de andere. 

6. Maar ook: onmiddellijk straffen bij slecht gedrag

Zeker bij kleine kinderen kan grensoverschrijdend gedrag (zoals slaan of schoppen) een extreme reactie van de ouders uitlokken. Omdat ze met die extra fysieke pijn echt de druppel hebben bereikt die de emmer doet overlopen en omdat je echt de boodschap wil geven dat hun gedrag niet oké is. Het probleem: kleine kinderen (kleuters dus) hebben niet altijd een andere manier om hun emoties uit te drukken. Ook al kunnen ze al goed praten, op dat moment is er enkel 'brij' in hun hoofd. Hoe moeilijk ook: probeer (zoveel mogelijk) kalm te blijven, de emotie achter de boosheid en agressie te achterhalen en daarop in te spelen.

Die emoties afstraffen geeft kinderen het gevoel dat dat ze geen emoties mogen hebben. Ze begrijpen niet goed dat ze enkel voor één deeltje worden gestraft. Uiteraard moet ook de boodschap overgebracht worden dat slaan, schoppen of bijten niet oké is maar dat kan enkel door het kind te laten kalmeren, zijn emotie te erkennen en daarna de uiting van de emotie af te keuren: "Ik begrijp dat je boos bent, maar slaan kan echt niet, dat doet pijn." 

7. Geen verantwoordelijkheid vragen

Je kan je kind jong vinden, wat zo is. Je kan ook denken dat kinderen toch kind mogen zijn, waar ook al niets mis mee is. Maar dat wil niet zeggen dat ze geen verantwoordelijkheid moeten (leren) nemen voor hun beslissingen, woorden of daden. Leg hen op voorhand zo goed mogelijk uit wat eventuele gevolgen zijn. Maken ze een fout, dan help je hen om daar een les uit te trekken.

8. Meer vriend dan ouder zijn

Je kan ook een goede en een vertrouwelijke relatie hebben met je kind zonder de ouderrelatie (en - gezag) uit het oog te verliezen. Dat houdt in dat je geen beslissingen neemt (enkel) op basis van wat je kind wil, wat je kind denkt dat cool is of wat hip is, maar dat je ook denkt aan langetermijnsgevolgen. Natuurlijk kan je hen eens een Spiderman of Frozen-rugzak geven, maar voor sommige beslissingen hou je beter het hoofd koel, vooral als ze een gezondheidsimpact hebben. Denk aan alcohol en roken: geef je kinderen zoveel mogelijk de handvaten voor verantwoord gebruik

9. Leugentjes om bestwil

Als ouder zijn we allergisch voor kinderleugens - maar zelf liegen we best wel een pak tegen onze kinderen. Soms doen we dat om hen te beschermen tegen verdriet ('hondje is naar een boerderij'); dat is begrijpelijk, maar je helpt je kind daar eigenlijk niet mee. Bovendien, wat doe je met opvolgvragen als 'Wanneer gaan we de boerderij bezoeken?', 'Waar is die boerderij?' en 'Gaat hondje ons niet missen'? Leer je kinderen met de waarheid omgaan, al kan je het best volgens de leeftijd verpakken. 'Hondje was ziek en de dokter kon het niet beter maken' is soms alles wat je kind nodig heeft.

Een andere leugen is kinderen 'opleggen' wat ze moeten denken: 'Jawel, school is wel leuk' of 'nee, jij bent niet bang, jij bent al groot'. Dat vertelt je kind twee dingen: dat zijn gevoel niet erkend wordt door de persoon waar hij het meest op steunt en dat die emoties niet oké zijn om te voelen. Wij zijn toch ook wel eens bang en vinden ook niet altijd alles leuk? Probeer voor jouw kind te achterhalen wat het wil zeggen: misschien wil het niet naar school omdat het een drukke periode is geweest en je elkaar niet veel hebt gezien?

En tot slot: kinderen hebben ons vaker door dan we zelf denken. Als je niet wil dat je kind veel liegt of emoties van anderen negeert, dan komt het erop aan in de eerste plaats zelf het goede voorbeeld te geven en eerlijk te zijn en emoties te erkennen.

10. Gewoontes van andere kinderen 'overzetten'

Het lijkt misschien logisch, maar het is niet altijd mogelijk om zomaar gewoontes en regels die werkten bij je andere kind(eren) over te zetten naar het volgende. Kinderen hebben erg verschillende karakters en vragen dus (soms) een andere aanpak. Niet vasthouden aan wat jij goed vindt of waarvan je vindt dat het moet, maar je kind waar mogelijk tegemoet komen, kan veel frustratie besparen. Al is dat niet altijd gemakkelijk om te doen omdat je je kinderen hetzelfde wil bieden en andere regels 'oneerlijk' kunnen voelen voor hen. 

11. Denken dat je geen of net alle verantwoordelijkheid draagt voor de ontwikkeling van het kind

De invloed van de ouders op het leven van een kind is belangrijk en op bepaalde vlakken zelfs onmeetbaar. Maar tegelijk hebben kinderen ook een eigen karakter en temperament en kan je op sommige vlakken niet doen wat de norm is - of dat nu gaat over eten, slapen of op tijd vertrekken.

Op sommige zaken heb je als ouder geen grip, hoe graag je het ook had gewild. Wat natuurlijk niet wil zeggen, dat je op andere zaken dan ook geen grip hebt ... Er zijn veel factoren die de ontwikkeling van een kind beïnvloeden. Je doet wat je kan!

Conclusie

Niet alles is altijd mogelijk. We zijn ook maar mensen, die soms moe zijn, of ziek, of overwerkt, of die geen energie hebben. We kijken graag naar deze regels als streefdoelen, maar ook ouders kunnen 'struikelen'. We blijven gaan en we zetten ons in - en dat lukt de ene keer gewoon wat beter dan de andere!