Hoe leer ik mijn kind omgaan met teleurstellingen?

Expert Janneke geeft wat meer uitleg over hoe je je kind leert omgaan met teleurstellingen. Bijvoorbeeld als er iets niet meteen lukt, zoals op school met huiswerk of met een spelletje dat ze spelen.

Positief omgaan met frustraties

Teleurstellingen zijn belangrijk in ons dagelijks leven. Vooral het leren omgaan met teleurstellingen als kind is een belangrijk proces voor later. Het leert om op een positieve manier om te gaan met frustraties en om opnieuw door te zetten. Zo ontwikkelt het kind 'veerkracht': het vermogen om negatieve ervaringen te verwerken, om te gaan met stress, fouten ... en om zich te kunnen aanpassen aan (onverwachte) veranderingen.

Kinderen die nooit te maken hebben gehad met frustraties, of die altijd beschermd werden van fouten en mislukkingen, hebben meer kans helemaal overstuur te zijn of niet om te kunnen met de eerste frustratie die ze op hun weg tegen komen. Succeservaringen zijn belangrijk voor het zelfvertrouwen, maar ook frustratie-ervaringen en het leerproces dat daaruit volgt, zijn heel belangrijk. 

Enkele tips

Het is belangrijk om je kind zeker niet te behoeden voor frustraties, maar ze er wel mee te leren omgaan. 

  • Help hen vaardigheden ontwikkelen om met stressvolle situaties of periodes om te gaan: spanning en frustraties leren herkennen, ontspanning en pauze (durven) nemen, om hulp leren te vragen.
     
  • Erken het gevoel van je kind bij een frustratie of een falen, en leg de verwachting niet al te hoog bij je kind: ‘Ik zie dat je overstuur bent dat het je niet is gelukt. Ik begrijp dat je dat erg vindt en dat helemaal niet leuk is. Iedereen wil graag winnen, maar dat lukt niet altijd en dan ben je weleens teleurgesteld.’
     
  • Maak wel grenzen duidelijk: boos worden of dingen kapot maken zijn niet oké. Bespreek dat er andere manieren zijn om met verliezen of frustraties om te gaan. Zo help je je kind zich ook bewust te worden van emoties in het algemeen en hier mee om te gaan.
     
  • Leg de nadruk op wat je kind allemaal goed deed en niet op wat er minder goed ging. Daarbij aansluitend kan je bij alle mogelijke situaties de nadruk leggen op wat er goed liep in het proces, dan op het resultaat: ‘Wat speelde je leuk samen met de anderen! Je was een echte teamspeler.’
     
  • Leer je kind dat er uit fouten geleerd kan worden. Ze zijn een mogelijkheid tot verandering: ‘Hé, nu kunnen we nieuwe plannen bedenken hoe we het de volgende keer zouden kunnen doen. Heb jij een idee?’
     
  • Speel af en toe samen spelletjes; zo leer je dat de gezelligheid en het plezier soms belangrijker is dan het winnen. Benoem dat dan ook naar je kind toe; wanneer jij bijvoorbeeld verliest, of wanneer je kind verliest maar hij/zij positief reageert.