Kunnen “donorkinderen” ook gewoon … gelukkig zijn?

Kinderen die  er zijn dankzij de hulp van een spermadonor en/of eiceldonor worden meestal benoemd als “donorkinderen”.  “Donorkind”… het klinkt nogal négatief beladen. Het zijn dan ook vaak juist négatieve verhalen die de publieke aandacht bereiken. Schandaalverhalen halen uitgebreid de pers. Denk aan het recente “Zaad van Karbaat”, waarbij een Nederlandse fertiliteitsarts zijn eigen sperma gebruikte voor ruim 65 patiënten. Verschrikkelijk, zonder meer.

Donorkinderen brengen hun verhaal naar buiten. Het zijn vaak die kinderen die worstelen met hun verhaal, de zoektocht naar hun donor en hun identiteit die daartoe de nood voelen. Hun verhalen verdienen alle respect.

Maar horen “donorkinderen” dan werkelijk eenzijdig thuis in de taboesfeer? En is een “donorkind” dan echt gedoemd om uiteindelijk ongelukkig te worden? Of is enige nuancering toch op zijn plaats? Kunnen ze ook gewoon perfect gelukkig zijn misschien? Welke factoren hebben invloed en wat moet je als (toekomstige) ouder dus zeker  weten?

Niet zo exceptioneel

Velen  worden ouders via donorconceptie. Holebi- koppels. Koppels waarbij bepaalde vormen van verminderende vruchtbaarheid spelen bij één van beide of beide partners. Single wensmama’s.

Om een idee te geven, in Belgische fertiliteitscentra zijn er op jaarbasis bijvoorbeeld ongeveer 1800 IVF- behandelingen waarbij het embryo is ontstaan met gedoneerde eicellen. Tel daarbij nog het feit dat Belgen vaak naar het buitenland trekken voor dit IVF- behandelingen met eiceldonoren, omdat daar een veel groter aanbod is aan donoren, en je komt aan een nog veel hoger aantal.

Maar liefst 41% van de inseminiatie- behandelingen in Belgische fertiliteitsklinieken gebeuren met behulp van donorsperma. In absolute cijfers waren dat volgende de meeste recente cijfers 9200 behandelingscyclussen per jaar. Donorconceptie is dus niet zo exceptioneel als het voor velen klinkt.

Geen van die wensouders stapt wellicht  licht over die keuze. Ze komen zelden snel, van het ene moment op het andere, tot die beslissing.  Het is vaak een lang proces. Vaak speelt daarbij onder meer deze vraag: “Zal ik mijn kind hiermee geen emotionele schade berokkenen, zal het niet ongelukkig zijn ?”

Natuurlijk is elk kind uniek, met een eigen karakter, focus en interesses. Het is onmogelijk te voorspellen hoe het kind exact zal reageren op het donorverhaal. Het zal voor een stukje altijd koffiedik kijken zijn aanvankelijk. Het ene kind zal nieuwsgierig zijn en veel vragen stellen, het andere niet. Het ene kind zal naarstig op zoek gaan en contact willen met de donor, terwijl het andere daar geen behoefte toe voelt …. Voor de (toekomstige) ouders kan dat stukje onvoorspelbaarheid en oncontroleerbaarheid best eng aanvoelen. Want elke ouder wil zijn kind toch gelukkig zien?

Anderzijds zijn er enkele factoren die overduidelijk belangrijk zijn voor hoe “donorkinderen” hun ontstaansverhaal ervaren en hoe gelukkig en comfortabel ze zich er bij voelen. En- goed nieuws- als (toekomstige) ouder heeft men hier wel degelijk voor een stuk de regie in.  

Een “donorkind” hoéft namelijk niet te voldoen aan het beeld van het kind van wie de ontstaansgeschiedenis lange tijd geheim bleef, die altijd het gevoel heeft gehad om niet in de familie te passen, het grote geheim als een donderslag bij heldere hemel ontdekte (soms zelfs in een negatieve context) en vervolgens de identiteit van de donor niet of maar heel moeizaam kan achterhalen. Het kan ook anders.

Keuze van het donorprofiel

Hoeveel info van de donor wordt vrijgegeven? In hoeverre heeft het kind de mogelijkheid om de identiteit van de donor te achterhalen? Hoeveel contact is er mogelijk  tussen de donor en het kind? Welke rol en betekenis krijgt de donor in zijn/ haar leven? Dit zijn ongelooflijk cruciale vragen en er is wel degelijk een grote variatie aan antwoorden mogelijk.

Bepalend hierin is de keuze van het donorprofiel: de anonieme donor, de identificeerbare donor of de bekende donor.

De anonieme donor is het donorprofiel dat meestal het onderwerp van gesprek is in de negatieve beladen verhalen over donorkinderen.  De identiteit van de anonieme donor in principe nooit gekend.

Alhoewel dit type donorprofiel meer en meer vragen oproept vanuit het belang van het kind, is het nog altijd de norm in vele landen waaronder ook België.  In hoeverre blijft de anonimiteit van donoren houdbaar? Feit is dat er veel druk is om wetgevingen te veranderen. Bovendien schrijven meer en meer betrokkenen zich in DNA- databanken om genetische verwantschappen te vinden. Anonimiteit van donoren is op langere termijn bijgevolg waarschijnlijk een illusie. Het is een gegeven waar wensouders best alvast rekening mee houden.

In sommige landen is het- ondanks de anonimiteit- wel mogelijk om niet- identificeerbare informatie van de donor te krijgen, in andere landen is dat niet mogelijk. Het vrijgeven van dit soort informatie kan toch al een klein stukje bijdragen aan de identiteitsvorming van het kind.

Maar dan zijn er ook de identificeerbare donoren. Het kind kan de identiteit van dit type donor achterhalen vanaf een bepaalde leeftijd (meestal 16 of 18 jaar). Contactdonoren, worden ze ook wel genoemd. Of de donor uiteindelijk ook contact wil, is anderzijds natuurlijk  geen garantie. Er zijn  ook rechtszaken bekend waarbij donoren toch hun identiteit niet willen vrijgeven na al die jaren. Ook dit donortype heeft dus zijn eigen valkuilen, maar over het algemeen komt het wel tegemoet aan de behoefte van het kind om zijn roots te leren kennen.

En dan is er het derde donorprofiel: de bekende donor. Een bekende donor is van meet af aan gekend.  Het zijn de ouders zelf die de donor zoeken, in hun eigen sociale omgeving of via internet.  Dat laatste is natuurlijk niet altijd zonder enig risico. Ouders en donoren  bepalen in onderling overleg welke mate van contact er zal zijn met het kind. Het succes van bekende donor constructies schuilt voor een groot stuk in duidelijke afspraken tussen de ouder(s) en de donor.  

Als ouder kies jij zelf dit donorprofiel. Jij bent aan zet. Simpel? Niet helemaal! Elk scenario heeft ook zijn eigen valkuilen. Het blijft een complex wikken en wegen, zowel op emotioneel, praktisch als juridisch vlak. De wetgevingen over medisch begeleide voortplanting verschillen ook grondig van land tot land, zelfs binnen Europa. Niet elk donorprofiel is in elk land toegelaten. Bovendien zijn er in vele landen grote tekorten aan donoren. Het is dus goed mogelijk dat je een voorkeur hebt voor een donorprofiel, dat in je eigen land niet tot de mogelijkheden behoort.

Misschien krijg je in eigen land ook weinig of geen info over andere opties en heb je  niet het juiste overzicht van mogelijkheden. Wat is precies allemaal mogelijk? Het is een kluwen!  Bijzonder jammer dit gebrek aan transparantie, want deze factor is zo doorslaggevend voor het geluk en emotioneel welzijn van je kind.

Laat je als ouder goed informeren en eventueel begeleiden hierin zodat je meer inzicht krijgt in jouw eigen wensen en waarden enerzijds en het overzicht van mogelijkheden anderzijds. Op die manier kan je keuzes maken, waar heel het gezin belang bij heeft.

Vertellen van het donorverhaal

Welk donorprofiel je als toekomstige ouder ook kiest, het is belangrijk te beseffen dat de donor altijd deel is van het verhaal van je kind. Zelfs al kies je voor een anonieme donor over wie je amper informatie hebt, zelfs al zal de donor fysiek nooit aanwezig zijn, toch heeft  die donor een plek in het verhaal van je kind.

De hamvraag is dan: in hoeverre en hoe ga je als ouder de donor die plek géven in dat verhaal.   Vertel je het of niet? Vat je het vertellen op als proces of als ‘speciaal moment’? Wanneer doe je het? Hoe doe je het? De manier waarop je als ouder het vertellen aanpakt, is ongelooflijk belangrijk! Het is bepalend voor de vertrouwensrelatie tussen ouders en kind, voor de identiteitsvorming van het kind en voor de algemene sfeer die men creëert. Kinderen zijn heel gevoelig voor die sfeer.

Niet alleen speelt de vraag wanneer en hoe je aan je kind zelf vertelt, ook het vertellen aan je naaste en iets ruimere omgeving is cruciaal. Aan wie vertel je wat, wanneer? Wat is in het belang van je kind? Deze kwestie is minstens even belangrijk als de keuze van het donorprofiel. Zelfs al is er sprake van een anonieme donor,  dan kan je die toch nog altijd op een deftige manier integreren in het levensverhaal van je kind bijvoorbeeld. En een identificeerbare of bekende donor heeft anderzijds weinig meerwaarde als je dat niet doet.

Emoties van de ouders

Zal mijn kind toch niet ongelukkig worden hierdoor? Het is een vraag die (toekomstige) ouders via donorconceptie heel vaak bezig houdt. Een minstens even belangrijke vraag die daarmee samenhangt is: hoe gelukkig zijn zij zelf met dit scenario? In welke mate ervaren zij dit zelf als positief verhaal? Hoe sterk staan zij in hun beslissing?

Eerlijk, voor vele ouders was dit niet het oorspronkelijke plan A. Ze moeten afscheid nemen van een ideaalplaatje: een genetisch eigen kindje samen met een liefdespartner. Ze ronden een scenario af en stappen over naar een ander, eveneens waardevol maar wel degelijk fundamenteel verschillend, scenario.  Dit is een niet te onderschatten rouwproces.

Ja, dit is heftig, maar als ouders dit rouwproces voluit aangaan, als ze hun verdriet oppakken en het een plek te geven, voorkomen ze dat ze het onbewust doorgeven aan hun kind, dat hun kind het resterende verdriet onbewust mee gaat dragen uit liefde en loyaliteit voor de ouders.

Laat ons donorkinderen uit die negatieve taboesfeer halen. Laat ons ook positieve verhalen vertellen en in de aandacht brengen. Laat ons alles doen voor hun emotioneel welzijn door de juiste keuzes te maken rond de bovenvermelde factoren. Laat ons hen misschien ook stoppen met hen “donorkinderen”  te noemen. Dit ene aspect van hun leven hoeft hen niet te definiëren. Ze zijn zoveel meer dan dat!

 

Krijg jij als wensouder of ouder te maken met complexe levenskeuzes over spermadonatie en/of eiceldonatie? Meer info vind je hier.

Viki Peeters is kinderwenscoach. Ze coacht vrouwen die te maken krijgen met spermadonatie en/of eiceldonatie bij hun kinderwens.