Mama ziet je graag, ook als ik boos ben op jou

Je was echt niet gemakkelijk. Je luisterde niet. Je daagde een beetje uit. Slenterde de hele dag. Waarschijnlijk was je ook heel moe. Ik leek wel de hele tijd tegen jou te zeuren. 'Denk je dat mama dit leuk vindt?' Ik was uiteindelijk gewoon boos. Echt boos. En ongeduldig.

Maar dan was er dat moment. Dat jij aan het spelen was in het zand en er iemand keihard op jou botste.
Je huilde. Had pijn. Trok bleek weg. Duizelde.

En dan wist ik het weer. Dat ik niet echt boos was. Helemaal niet.

Dat ik heel bang was. Nee, het was niet gewoon angst. Paniek. Want jij huilde zo hard. Jij, die anders altijd meteen opstaat. Mijn stoere dochter.
Dat ik mij meteen schuldig voelde. Omdat ik dit niet had voorkomen. Omdat ik dit had moeten vermijden.

Gelukkig zegt de dokter dat het waarschijnlijk niet erg is, misschien een lichte hersenschudding, en dat ik jou 24 uur moet observeren.

Ook als ik boos ben, zie ik je graag

En nu lig je hier naast mij. Papa ligt in jouw bed. Ik luister naar jouw ademhaling terwijl jij ligt te slapen. Ik hoop dat je morgen beter bent. Maar ik ben nog altijd bang dat jou iets overkomt. En ik voel me nog altijd schuldig omdat ik zo boos was op jou.

Als ik boos ben, als je me de kast opjaagt, weet dan dat mama jou graag ziet. Dat ik gewoon probeer een goed mens van jou te maken. Maar weet dat die boosheid eigenlijk maar een façade is. Dat er niets of niemand belangrijker is dan jij en je zus. Wat je ook doet, dat verandert nooit.