Waarom ik een eiceldonor wil worden

Bewonderend kijk ik op naar mensen die zoiets doen, durven, voor een ander. Je houdt er weinig anders aan over dan - hopelijk - een goed gevoel. Elke keer dacht ik er over na, als ik met mijn boller wordende buik in de wachtzaal zat bij de gynaecoloog en naar de affiche staarde die daar omhoog hing. 

En dan ineens kwam het binnen, vrij hard: ‘Waarom doe ik het zelf niet?’

Eerst mijn kinderwens vervullen, dan anderen hun wens

Zo is het gegaan. Ik wou al een eiceldonatie doen toen ik net bevallen was van Senne. ‘Pas als uw kinderwens vervuld is’, de gynaecoloog was duidelijk. Twee jaar later was daar Jutta, die het gezin Verhavert meer dan compleet maakte. Twee vreselijke zwangerschappen, maar die wel héél vlot begonnen waren. Ik prees mezelf gelukkig. En het gevoel bleef borrelen: ik wou iets doén.

Januari 2016. Ik stel een vraag naar ervaringen op een forum vol mama's. Ik zie ze daar zwart op wit staan en krijg reacties. Van dames die ik niet ken. Die mij tips geven en me vertellen hoe het bij hen is gegaan. Prachtige verhalen, ik krijg er kippenvel van. Tussen de privéberichten ook een mama die zelf zegt dat ze ‘haar stoute schoenen aantrekt’, maar zo voel ik het niet. Ze vertelt over een vriendin, die net te horen kreeg dat ze met haar eigen eicellen nooit een kindje kan krijgen. Ze zijn op zoek naar een vrouw, die ‘voor hen’ wil doneren. Als dat gebeurt, krijgt zij eitjes van iemand anders en gaan mijn eicellen naar een onbekende persoon, anders wordt het minstens anderhalf jaar wachten tot ze bovenaan de lijst staan. Ik word dus eigenlijk hun ‘shortcut’.

Het hele proces begint

Dat zie ik zitten. De eerste contacten worden gelegd. Ik voel dat ik niet té veel van hun verhaal wil weten, uit schrik om me daarmee te verbinden. Er zijn nog heel wat testen tussen nu en de effectieve donatie. En stel dat het dan toch misloopt of niet kan doorgaan...

Begin maart moet mijn AMG-waarde gecheckt worden, via een bloedonderzoek. Mijn haat voor naalden berg ik op. Ik weet waarom ik dit doe. Ik ga naar het UZ in Gent, zodat mijn bloed meteen op de juiste plaats is. Het OLV had immers het volledige staal opgestuurd, in plaats van de gevraagde resultaten van het labo, niet meteen de bedoeling. Een prik én bloed, voor niets.

Maandag 14/03 kreeg ik het eerste goede nieuws: de AMG is goed, groen licht! Komende vrijdag wordt dus een nieuw bloedstaal genomen, deze keer voor de genetische testen die dan eind juni zullen resulteren in hopelijk nog meer groen licht. Komende zomer gaat het gebeuren.

Andere vrouwen lid laten worden bij de fijnste club

Ik wou hierover al eerder schrijven, het van me af schrijven. Maar ergens hield het me telkens tegen, de mogelijke reacties. Maar nu wordt het echt, realistisch, geen denkbeeld meer. Los van wat mensen rond mij vinden, denken, mij willen aanraden of zouden adviseren. Los van wat zij zouden doen met hún lijf, of niet dus.

Ja, het is niet evident, dat is waar. Het zijn hormonen, het is een operatie, het zijn heel wat testen. Het is een stuk van mezelf, dat ik afsta. Ik weet niet wat er mee gaat gebeuren, wat er van gaat komen, of niet komen misschien. Maar ik heb het gevoel dat ik geen keuze heb, dat ik het moét doen. Als ik het niet doe, zoals zoveel anderen, dan zijn er zoveel vrouwen die nooit mama kunnen worden. Wie ben ik dan om hen dat af te pakken, als ik het hen kan géven?

There we go

Dus: there we go. Het wordt een bumpy ride, maar niets vergeleken met wat sommige mama's moeten doen om tot de fijnste club van allemaal te kunnen behoren. Het klinkt bizar, maar ik kijk er naar uit. Ik heb er zin in. Toen ik het UZ uitwandelde vorige week, met de plakker op mijn arm, de prik alweer vergeten, de allereerste lentezon op mijn gezicht... Ja, dan wist ik het: niemand kan mij nog op andere gedachten brengen, dit gaat echt gebeuren!