OPINIE: Twee (halve) studiedagen minder, en plots stijgt het niveau? Komaan.
Eerst dit: is het al beslist of “maar” een voorstel?
De Vlaamse regering gaf op 12 december 2025 een principiële goedkeuring aan een ontwerp van besluit. Dat betekent: het is nog niet definitief, want er volgt nog overleg met de sociale partners en advies van de Raad van State.
Wat ligt op tafel (vanaf 1 september 2026):
- Basisonderwijs: maximaal 3 halve pedagogische studiedagen per jaar (met verplichte “pedagogisch zinvolle opvang” als ouders dat vragen).
- Secundair onderwijs: lessen mogen niet meer geschorst worden voor pedagogische studiedagen (dus: géén lesuitval daarvoor).
- Daarnaast verdwijnen ook de facultatieve vakantiedagen en wil men minder “lege” dagen rond examens.
Pedagogische studiedagen zijn niet bedacht als “bonusvrije dagen voor leerkrachten”.
Ze bestaan omdat scholen méér zijn dan losse klasjes met losse leerkrachten. Een school moet een team zijn dat samen afspraken maakt over evaluatie, leert omgaan met nieuwe noden (leerstoornissen, zorgvragen, diversiteit), lessen op elkaar afstemt, een visie uitwerkt, bijscholing volgt en… probeert het onderwijs beter te maken.
Met andere woorden: die studiedagen zijn net bedoeld om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen.
En dan klinkt het toch wat absurd om te zeggen: “We gaan het niveau optrekken door de tijd weg te nemen waarop leerkrachten zich professionaliseren.” Dat is alsof je in een ziekenhuis de bijscholing van artsen schrapt omdat je meer consultaties wil tellen.
“Maar we verliezen te veel lestijd”
Minister Demir argumenteert dat er te veel lesuitval is en dat we in Vlaanderen minder les geven dan gemiddeld in de OESO.
Prima: lesuitval aanpakken is een legitiem doel. Ouders hebben gelijk als ze zeggen: “Ik kan niet altijd opvang regelen.” En leerlingen hebben recht op voorspelbaarheid.
Maar dan is de vraag: wat is de slimste manier om dat op te lossen?
Een studiedag schrappen is vooral een logistieke maatregel die je kunt verkopen als “meer les”. Alleen… het echte probleem is zelden het aantal dagen, maar wat er op die dagen gebeurt.
Het gaat niet om volume. Het gaat om inhoud.
Je kan perfect meer tijd in een klas stoppen en toch weinig vooruitgang boeken als de leerstof versnipperd is, er te veel “invulonderwijs” is en er te weinig stevig gebouwd wordt aan basiskennis.
Neem het lager onderwijs: hoeveel tijd kruipt er niet in werkblaadjes en invulboeken die vooral “bezig houden”? En Frans: “ze moeten nog niet (juist) kunnen schrijven”. Waarom niet eigenlijk? Schrijven dwingt je tot grammatica toepassen, zinsbouw begrijpen ... taal écht beheersen.
Als je de basis niet traint, krijg je later leerlingen die wel “iets kunnen herkennen” in een meerkeuzevraag, maar die vastlopen zodra ze zelf een degelijke tekst moeten maken. Dan mag je nog vijf extra lesdagen toevoegen: het blijft drijven met een lek.
Een alternatief dat wél logisch is
Als het echte doel is: meer effectieve onderwijstijd én betere kwaliteit, dan kun je beter hierop inzetten, lijkt mij:
- Sterke leerkrachten: behoud studiedagen, investeer erin en maar maak ze slimmer. Leg ze op vaste momenten (voor voorspelbaarheid voor ouders), voorzie structureel goede opvang en verplicht transparantie: waar dient de studiedag voor, wat levert het op? Investeer in interessante opleidingen en bijscholing tijdens deze dagen. Minder studiedagen betekent meer druk = meer uitval. En laat net het lerarentekort al nijpend zijn...
- Betere lesinhoud: neem de lesinhoud grondig onder loep. Waarom zijn zoveel cursussen invulboekjes? Kunnen we terug naar stevige fundamenten: lezen, schrijven, grammatica, zinsleer, rekenen... ?
- Beter materiaal: neem de kwaliteit van lesmateriaal en handboeken onder de loep. Niet elk “modern” boek is een goed boek. Soms is “hip” gewoon… leeg.
Dus nee: die 2 à 3 dagen gaan het niveau niet “drastisch” doen stijgen. Als je een marathonloper beter wil maken, geef je hem geen extra kilometer terwijl je zijn coach ontslaat. Onderwijs verbeteren vraagt geen symboolmaatregelen maar keuzes die de kern versterken. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: jongeren die niet alleen “meer naar school gaan”, maar ook meer leren.
