Winkelen met een kind dat ADHD heeft … geen sinecure

Ik had het moeten weten … “Neem je kinderen niet mee naar de winkel” zei de kinderpsycholoog nog. 'Te veel prikkels voor kinderen met ADHD.” Maar het was zo’n zaterdagmorgen dat ze allebei zulke engeltjes leken. Het kon niet anders dan een topdag worden. Ja, ook in de winkels. Én ze hadden allebei nieuwe winterjassen nodig. Én schoenen. En ik vlees. Ik voelde me heel zelfzeker. Deze keer moest en zou het lukken! En we zouden de dag afsluiten met een heerlijke, zelfgemaakte spaghetti bolognaise. Om onszelf te belonen.

Gevaarlijke toestanden

Ik moet zeggen, die schoenwinkel leek eerst perfect te lukken. Ook ik had nieuwe winterschoenen nodig, maar ik ging eerst bewust op zoek naar schoenen voor het jongste boefje. Mijn jongens vinden shoppen toch maar niets. En dan konden ze erna nog lekker ravotten in de speelhoek. We hadden vrij snel gevonden wat we zochten. Berres maat was niet meer beschikbaar in zijn favoriete schoen. Gauw online bestellen dan maar en klaar. Ook ik kon heel wat paren passen, zonder continu gestoord te worden. Ik ging bijna op wolkjes lopen. Wat een succes.
Dacht ik.

Maar toen begon het. Over en weer geloop. Ja, ook op die gevaarlijke parking. Terwijl ik met mijn armen vol dozen stond, moest ik alles eerst op de grond zetten om die twee bengels weer naar binnen te halen. Dan continu snoepen halen uit de snoeppot op de kassa. Op de rekken hangen, enzovoort. Maar ik dacht: “Laat ze zich maar lekker uitleven, niet te snel panikeren.” Zodra ik aan de kassa stond, vertelde de verkoopster dat ze mijn twee zonen uit elkaar had moeten halen. Letterlijk. Omdat ze te gevaarlijk bezig waren. “Er zouden ongelukken gebeuren, mevrouw.” Achteraf hoorde ik dat Robbe zijn broertje van hoogtes naar beneden gooide, op de kussens. Dat belette hen echter niet om de mevrouw aan de kassa om te kopen. “Mevrouw, dat kindje daar kreeg zo’n boekje. Mogen wij ook zo’n boekje?

#fail.

Winkel nummer 2

Ja, naast winterschoenen hadden ze ook winterjassen nodig. En ik ook ene trouwens. Ik begon met een paar jassen te passen. En ik moet toegeven: ik ben een gevorderde shopper. Het mag allemaal niet te lang duren. Die tijd gunnen mijn bengels me ook niet. Zo ben ik een recordloper als het op boodschappen in de Albert Heijn aankomt. Ik heb het al honderden keren getimed. Ik slaag erin om een bomvolle winkelkar op welgeteld 15 minuten naar buiten te duwen. Eerlijk waar.

Dus ook die jassen passen zou een fluitje van een cent zijn. Na exact 5 minuten komt er een winkeljuffrouw naar mij toegestapt. “Zijn dat uw zoontjes, mevrouw?”. Euhhhh, ja? Ik weet niet zeker of ik al klaar ben voor het vervolg van het verhaal. “Ze rollen onder de pashokjes en er zijn een paar klanten die heel boos aan het worden zijn.” Ik deed wat van mij verwacht werd: kinderen halen, berispen, … met de goedkeurende blikken van de andere verkoopsters. Iets wat me werkelijk opviel, want meestal krijg je afkeurende blikken als je je kroost de les probeert te spellen. Maar ook daar ging het van kwaad naar erger: onder alle kledingrekken rollen, languit op de grond liggen, totdat klanten bijna struikelden, juwelenrekken tientallen keren laten ronddraaien totdat alle halskettingen rondslingerden. Ze waren werkelijk voor geen enkele reden vatbaar. Ik drong erop aan dat het oudste boefje zich zou excuseren bij de dame die hij in een ongemakkelijke pose had weten te vinden. Deed hij ook. Ook ik excuseerde mij. Ze was me dankbaar en begreep dat ik ook maar probeerde om de boel redden.

#fail2.

Vlees kopen, lukt vast wel!

What. Was. I. Thinking. “Mag ik een vleesje, mevrouw?”. “Mag ik nóg een vleesje?”. “Neen, niet DAT vleesje, liever DIE worst!”. Alsof ik mijn kinderen geen beleefdheid bijbreng. “Kinderen, het is goed genoeg hoor, wat die mevrouw geeft. Wees eens dankbaar. Alsjeblieft!” En dan met het schaamrood op de wangen “Ja, euh, verlegen zijn ze niet echt”. “Och! Beter zo mevrouw!”. Euhhh, ja zeker? Ik zou maar niet te hard roepen …

Er staan welgeteld 3 toestellen in die winkel. 3. Maar al-le-maal moesten ze eraan geloven. Dat eindeloos getik op die knopjes. En aangezien ik zo’n toestel ooit heb weten vastlopen door dat getokkel (hoe slagen ze daar toch in?), deed ik mijn uiterste best om interessanter te zijn dan die knopjes. Maar het bleef 1 – 0 in de wedstrijd machines versus mama. En tussendoor probeerde ik te herinneren wat ik nog moest bestellen. Heb ik mijn hamburgers al besteld? En die kippenlapjes? O ja, ook nog koteletten. En  het gehakt voor mijn spaghettisaus was ik bijna vergeten, stel je voor! Ook de verkoopster deed een beroep op de welgekende afleidingsmaneuvers. “Kindjes, weten jullie waar jullie wél op mogen drukken? Op dat belletje daar, van de dringende bestellingen”. Yeah right. Dat was buiten mijn piraten gerekend. Want in hun hersentjes klinkt dat als “bel allebei maar zo’n 100 keren hoor”.

Ook de mijnheer in de keuken had er duidelijk genoeg van. “OK, als jullie niet naar jullie moeder luisteren, haal ik de bel eraf!”. Duidelijke taal zou je denken. Maar neen, dan maar de lijm beginnen lospeuteren.

#fail3.

Ik had het werkelijke he-le-maal gehad. Het zal je niet verbazen als ik zeg dat ik doodmoe was die avond. Maaaaaar die spaghetti bolognaise heb ik toch nog gemaakt. Al was het maar om mezelf te belonen … voor moed en volharding.

#reward.

Volgende keer misschien toch maar beter online bestellen …