Windpokken: alles over verloop en behandeling

Het begint vaak met een klein rood vlekje en voor je het weet, staat je kind vol met blaasjes. Maar de windpokken heeft bij elk kind een andere uitwerking. Wat moet je weten over deze vervelende ziekte?

Wat zijn de windpokken?

  • Windpokken, ook wel waterpokken of varicella genoemd, is een ziekte die wordt veroorzaakt door het varicella-zostervirus.
     
  • De ziekte kenmerkt zich vooral door jeukende blaasjes.
     
  • Bijna iedereen krijgt als kind windpokken, meestal in de winter of de vroege lente.
     
  • Wie de ziekte heeft gehad, is levenslang immuun. Het virus blijft wel latent aanwezig in de zenuwcellen en kan op een later moment gordelroos of zona veroorzaken.
     
  • Het windpokkenvirus wordt makkelijk overgedragen van persoon tot persoon via druppeltjes die in de lucht verspreid worden bij het niezen of het hoesten of door rechtstreeks contact met de windpokkenblaasjes vóór er zich korstjes gevormd hebben. Daarna duurt het twee tot drie weken voordat de blaasjes ontstaan.

Dit wist je (waarschijnlijk) nog niet over windpokken

  1. Varicella is vooral gevaarlijk voor de niet-geïmmuniseerde zwangere vrouw: zij kan het virus overdragen naar de baby in haar buik met mogelijk ernstige gevolgen.
     
  2. Bij baby’s die besmet zijn onder de 6 maanden kunnen windpokken later nog eens optreden.
     
  3. De meeste mensen krijgen maar één keer windpokken. Wel blijft het virus levenslang in het lichaam aanwezig.

Symptomen van windpokken

  • De eerste symptomen doen zich gewoonlijk twee tot drie weken na de besmetting voor.
     
  • Windpokken verschijnen als kleine rode vlekjes die snel groter worden en veranderen eerst in blaasjes waar er vervolgens korstjes op ontstaan.
     
  • De meeste kinderen voelen zich ziek en hebben gedurende 3 à 4 dagen koorts.

Wat is zona?

Na de windpokken blijft het virus inactief in de zenuwen van het lichaam zitten.

Later kan het virus weer actief worden en zona (gordelroos) veroorzaken. Dat is een pijnlijke huiduitslag aan één kant van het lichaam. Je kunt geen zona krijgen zonder eerst de windpokken te hebben gehad.

Behandeling van de windpokken

  1. Voor de blaasjes wordt er meestal een uitdrogende lotion voorgeschreven en, in geval van veel jeuk, ook jeukstillende medicatie.
     
  2. Belangrijk bij windpokken is om, in geval van koorts, geen ibuprofen (Nurofen), maar alleen paracetamol te geven. Onderzoek in het Belgisch Centrum voor Geneesmiddelenbewaking wees uit dat behandeling met ontstekingsremmers (ibuprofen) het risico op ernstige huidcomplicaties verhoogt. Bij zona verhoogt het risico met 1,6. Er werd daarentegen geen verhoging van het risico van ernstige huidcomplicaties gezien bij patiënten met varicella of zona die behandeld werden met paracetamol. Voor de aanpak van pijn en koorts bij zona of waterpokken is paracetamol dus de beste keuze.
     
  3. Belangrijk is om voldoende te blijven drinken om uitdroging te voorkomen.
     
  4. Om littekenvorming te vermijden (door het openkrabben van de blaasjes) hou je de nageltjes het best kort.
     
  5. Doe het kind liever niet in bad zolang er blaasjes zijn.
     
  6. Bij pijnlijke blaasjes in de mond kan een ijsje/koude drank de pijn wat verzachten.

Naar de opvang

Het kind kan niet naar de opvang gaan zolang niet alle blaasjes zijn opgedroogd of kan ten vroegste zes dagen na het verschijnen van de eerste blaasjes terug naar de opvang.

Complicaties bij windpokken

Op zich zijn windpokken een onschuldige virale infectie en hebben antibiotica geen zin, maar toch kan er een bacteriële surinfectie optreden.

In geval van veel windpokken - of rood ontstoken letsels en/of een kind met erg hoge koorts / sufheid is medisch advies noodzakelijk!

Vooral volwassenen en kinderen met een verminderde weerstand kunnen complicaties oplopen.

Vaccin tegen windpokken

Er bestaat een vaccin tegen windpokken, maar dat behoort niet tot het aanbevolen vaccinatieschema. In België zijn er twee specialiteiten op de markt die niet worden terugbetaald.

Het vaccin tegen windpokken bevat een verzwakte vorm van het windpokkenvirus. Wanneer het geïnjecteerd wordt, stimuleert het verzwakte virus het immuunsysteem zonder de ziekte zelf op te wekken. Er zijn twee dosissen nodig met telkens een interval van 4 tot 8 weken.

Er is echter nog onvoldoende kennis over de beschermingsduur na vaccinatie. Wil je levenslang immuun zijn, dan maak je met andere woorden het virus het best door. Vooral voor vrouwen is dat aanbevolen: zo loop je niet het risico om het virus op vruchtbare leeftijd op te lopen en het door te geven aan je foetus, met alle complicaties tot gevolg.

In geval van een risicopatiënt (verlaagde immuniteit door een andere ziekte bijvoorbeeld) zal de behandelende arts het vaccin hoogstwaarschijnlijk wel aanbevelen.

Het al dan niet vaccineren is een individuele beslissing van de ouders waarin zowel de pro’s als contra’s moeten worden afgewogen.