Ik heb er nooit veel nood aan gehad, aan me-time. Het is te zeggen, ik was altijd heel erg blij als de kindjes in bed lagen en ik kon naaien of kon afspreken met vriendinnen. Daarnaast geniet ik ook echt van mijn job waardoor dat ook onder me-time kon vallen... dacht ik. Ik vond het opvallend hoeveel verschil daar tussen moeders in zat. Sommigen hebben er meer, minder, vroeger, later nood aan als anderen, fijn om te voelen hoe iedereen daar zijn weg in zoekt. Dat heb ik ook gedaan :).
Wanneer ik de kinderen in bed stop, dan kan ik het niet laten even met mijn ogen langs hun lettertrein te glijden in hun kamer. De kleurtjes springen in het oog, de één een langere naamtrein dan de ander… Een trotse bestuurder die de locomotief met wagentjes ‘trekt’: wagonnetjes met letterlijke bagage.
Voor je kinderen is niets te veel... vooral niet als het aankomt op eten: dat zal zo gezond mogelijk zijn! Maximaal een (paar) snoepje(s). Alleen frietjes/chips/frisdrank op een feestje. Eén stuk taart. Maar wij, de ouders... heu, daar is wat meer werk aan.
Pakweg de helft van mijn cliënten zijn mama’s die moeite hebben met het verwerken van hun bevalling. Te snel (ja, dat kan), te lang, te pijnlijk door een niet werkende epidurale, geknipt, in het ziekenhuis in plaats van thuis, ingeleid, kunstverlossing, complicaties juist na de geboorte, een ruwe gynaecoloog die van wacht was, onverwachte beslissingen die werden genomen boven hun hoofd, onvriendelijke vroedvrouwen, onverwachte keuzes die gemaakt moesten worden, een keizersnede.
‘Even gewoon gelukkig zijn. Mag ik even gewoon gelukkig zijn?’ Deze vraag blijft maar door mijn hoofd spoken. Na enkele moeilijke jaren waarin ik mezelf terug moest oprapen na een relatiebreuk, waarin ik vast zat in een uitzichtloze job en ik mijn grote kinderwens maar niet vervuld zag worden ondanks de vele pogingen, voelde ik het tij keren.
4 juli staat voor altijd in mijn geheugen gebrand. Het is de dag waarop een vrouw haar recht op abortus heeft gebruikt. Het was tegelijk het begin en het einde. Opluchting en verdriet gingen hand in hand.
Nooit maar dan ook nooit dacht ik er vroeger over na over in welke ‘taal’ ik mijn kinderen zou opvoeden. Ik ben West-Vlaamse en zo ook mijn beide ouders. Wij zijn opgevoed om trots te zijn op ons dialect en waren verondersteld deze taal in ‘ere’ te houden.
Als ouders krijgen we heel veel adviezen vanuit onderzoek in de media. Ik lees die artikels altijd met veel aandacht. Ik vind het belangrijk om op de hoogte te blijven, maar ik vind het net zo belangrijk om de context en omstandigheden van het onderzoek te kennen. Wist je dat geen enkel onderzoek bij herhaling tot dezelfde resultaten komt? Daarom ga ik altijd uitpluizen wat er juist is onderzocht, welke groep mensen werd vergeleken… zodat ik ‘de conclusie’ kan plaatsen.