Veel mensen vinden het belangrijk om kinderen vaak te complimenteren. Volgens hen houden kinderen daarvan, en hebben ze dat nodig: het moedigt hen aan en motiveert hen. Maar blogster Sara (Happiness is here) is het daar niet mee eens. Volgens haar doe je een kind eigenlijk helemaal geen plezier met al die complimentjes.
Daar zat ik dan, vorige maand, met een positieve zwangerschapstest op het toilet. Helemaal in paniek. Dit kon toch niet waar zijn? We hebben 2 gezonde dochters, een afgesloten kinderwens en hebben juist een ideale balans gevonden. Miljaar. En nu?
Het lijkt tegenwoordig toch allemaal zo vanzelfsprekend. Huisje, tuintje, kindje(s). Maar toch lijkt het bij ons helemaal niet zo vanzelfsprekend allemaal ...
Het valt me moeilijk om over onze dochtertjes te schrijven. Ik wil hun privacy niet te grabbel gooien. Ze hebben zelf nog geen digitale stem, dus is het een dubieuze stap om het toch te doen. Ik doe het omdat ik voel dat mijn verhaal geen volledig verhaal is als ik hen niet in beeld breng. Er gaat namelijk geen minuut voorbij zonder dat ik aan hen denk. Hun welzijn is topprioriteit. Bovendien voel ik me naast MS-patiënt, vrouw, echtgenote, leerkracht, nicht, vriendin, zus en dochter toch in de eerste plaats een moeder.
Een gastmama zou graag wat raad krijgen rond de lange dutjes van haar dochter, van een expert of van andere mama’s. Alle informatie is welkom, want ze maakt zich een beetje zorgen …
Een kinderwens is iets heel egoïstisch. Het is niet alsof je de wereld een plezier doet met nog wat extra belasting. Maar tegelijkertijd – en ironisch genoeg – verplicht een kind je om de meest altruïstische kant van jezelf naar boven te halen. Een kinderwens is ook iets heel sterks. Vermoedelijk omdat er een soort biologische dwang achter zit, al zijn er (gelukkig) ook mensen die bewust kinderloos zijn. Ik heb daar onwijs veel respect voor, want die drang om te baren is heel mijn leven prominent aanwezig geweest. Mijn hart gaat ook uit naar alle mensen bij wie het om de een of andere reden niet (meteen) lukt. Ik weet oprecht niet of ik zo’n drama te boven zou komen.
Herinner je je een moment waarop je de parking van de supermarkt oprijdt, je even rondkijkt en dan die geweldige vrije parkeerplaats spot dichtbij de ingang? Is het herkenbaar dat je dan pas opmerkt dat het een plaats is voor gehandicapten, een plaats om je online bestelde boodschappen op te halen of een plaats voor jonge gezinnen? Het besef dat komt dat je tot geen enkele van deze groepen behoort en je dan teleurgesteld vijf rijen verder je wagen parkeert. Parkeerplaatsen voor jonge ouders staan tegenwoordig trouwens aangeduid met een fopspeen.
De kerstvakantie en bijbehorende feestdagen liggen alweer eventjes achter ons. Tijd om terug te keren naar de routine van elke dag. Geen uitgebreide feestmaaltijden meer op het menu, maar gewone kost. Het liefst een beetje gezond (die goede voornemens, weet je wel). En daar ben ik niet rouwig om, na al dat gefeest.
Een ladder die achteloos tegen een boom in de tuin is blijven staan, zoiets doen we niet meer. De oudste, koter 1, had het op nog geen tweejarige leeftijd leuk gevonden om daar eens op te klimmen. No big deal toch, mams & paps? De jongste, koter 2, vond het dan weer een keertje tof om in zijn eentje met zijn roodgeelblauw plastic fietsje alvast een stukje te gaan peddelen langs onze – thank god – eerder rustige straat. YOLO, nietwaar, mams & paps?
Een gastmama wil heel graag haar verhaal vertellen. Haar man kampte met een postnatale depressie, wat zorgde voor serieuze relatieproblemen. Ze is ervan overtuigd dat ze niet de enige is die zoiets heeft meegemaakt, maar het blijft wel een groot taboe. En dat wil ze graag doorbreken.